maandag 4 december 2017

Lang leve het levensboek

Het levensboek kan van levensbelang zijn voor mensen met dementie. Het helpt om herinneringen levend te houden en is een hulpmiddel om tot een gesprek te komen. 


Dhr. Jansen is 75 jaar en heeft vasculaire dementie. Hij bezoekt ons dagactiviteitencentrum twee keer per week. Hij is er altijd op de dagen dat ik ook werk, dus we beginnen een band te krijgen. 

Dhr. Jansen heeft altijd een rugzak bij zich met daarin zijn kleurboek voor volwassenen, kleurpotloden, leesbril en cd's die hij graag luistert als hij aan het kleuren is. 

Vandaag heeft dhr. een dik boek bij zich. Hij laat het met een grote glimlach zien en zegt:' Dit heeft mijn vrouw voor mij gemaakt, dit is mijn geheugen'.  Ik spreek met dhr. af dat we 's middags samen in zijn boek gaan kijken. Hij stopt het terug in zijn rugzak en zet deze naast zijn stoel neer. Hij verliest zijn tas niet uit het oog. 

'S middags, als een aantal mensen naar deel drie van Sissi aan het kijken is, ga ik in een andere ruimte zitten met meneer Jansen en vraag ik of hij zijn boek wil laten zien. Hij komt naast me zitten en legt het boek voor me neer. Een dik wit boek met een mooie roze strik om het dicht te houden. 
Als ik het boek opendoe zie ik dat het helemaal vol zit met foto's en verhaaltjes. 

Het boek begint met het levensverhaal van dhr. Ik lees hoe zijn leven van geboorte tot vandaag verlopen is. Ik lees wat stukjes voor en hij vult het verder voor mij aan. Dhr. vertelt over zijn ouders, zijn broers en zussen, zijn vrouw, zijn banen, verhuizingen en over het werk van zijn vrouw. Hij vertelt ook dat zijn vrouw en hij geen kinderen hebben en dat ze daarom veel gereisd hebben. 'Staat allemaal hierin, kijk maar eens naar de foto's' zegt hij. 

De eerste foto is een babyfoto van dhr. Een schattige zwart/wit foto waarin dhr. vooral aan zijn oren kan herkennen. Ik vergelijk de oortjes van de baby met die van hem, waarop hij zegt: 'Je moet niet naar de oren kijken. Je moet naar de ogen kijken, daaraan kun je iemand altijd herkennen. Aan de blik'.  

Er komen verschillende foto's voorbij. Een foto van een hele knappe man van 24 jaar en daarna trouwfoto's van een trotse man met zijn bruid. Dhr. heeft bij elke foto een verhaal en haalt de ene herinnering na de andere op. 

Als de reisfoto's beginnen dan bloeit dhr. helemaal op. Hij is op de meest interessante plekken op aarde geweest. Van Syrië tot het verre noorden. Bij het aanhoren van zijn verhalen krijg ik gewoon zin om te gaan reizen. Vol passie vertelt hij over zijn avonturen. 

Ik vraag aan dhr. welke plek hij mij aan zou raden voor mijn volgende reis. 'Blader maar even door' is zijn antwoord. Ik kom terecht bij een prachtige foto van water omgeven door heel veel natuur. Dhr. legt zijn vinger erop en zegt uit volle borst:' DAAR moet je naartoe, De Azoren!'. Vol bewondering kijk ik naar de foto en laat het op mij inwerken. Op de foto zie je dhr. zitten die uitkijkt over het water. Volgens dhr. is dat het mooiste plekje op aarde. 
Ik zet het op mijn bucketlist. 



Als wel klaar zijn met het doornemen van het boek strik ik het lint weer dicht en geef het boek terug aan dhr. Hij neemt het boek van mij aan en zegt:' Mijn geheugen. Ik ben zo blij dat mijn vrouw dit voor mij gemaakt heeft'. 

Ik hoop dat dhr. Jansen nog heel lang plezier zal hebben van zijn boek en dat iedereen die met hem te maken zal krijgen in de jaren die komen gaan samen met dhr. in zijn levensboek gaat bladeren. En vooral ook naar zijn verhalen gaat luisteren, zolang hij ze vertellen kan. 

Iedereen met dementie zou een levensboek moeten hebben, het maakt communiceren voor zorgverleners zoveel makkelijker. 


Monika Eberhart 


Photo by Angela Compagnone 

maandag 16 oktober 2017

Seksuele intimidatie

De media raakt voller en voller met berichten over seksuele intimidatie. Beroemde mannen, grote namen, die zich vergrijpen aan vrouwen en hiermee misbruik maken van hun macht.  Dankzij actrice Alissa Milano is #metoo is trending op Twitter. Vrouwen twitteren massaal over seksueel geweld. Ook mijn twitter heeft #metoo gekregen. 




Nee, ik ben geen slachtoffer van seksueel geweld en ik ben ook nooit seksueel misbruikt. Maar ik  heb wel vervelende dingen meegemaakt als het gaat om seksuele intimidatie. Met mij waarschijnlijk heel veel vrouwen op de wereld, zo niet de meeste. Van die kleine dingen waar je niet over praat omdat je denkt dat het niet zo erg is. Maar als je erover na gaat denken (wat je jammer genoeg pas decennia later doet) dan is elke vorm van ongewenste aanraking onwenselijk. 

Ik ben in mijn jonge leven heel wat nagefloten, gepsssst, nagelopen en (per ongeluk) aangeraakt. Dat vond ik niet zo dramatisch, heb er geen trauma aan overgehouden in ieder geval. In wist niet beter of het hoorde erbij. Het begon al toen ik elf jaar was. Wij woonden naast een restaurant, als ik me goed herinner waren er rond het huis meerdere restaurants en elke dag als ik rond half twee uit school kwam zaten er oudere mannen (geen idee hoe oud, maar op die leeftijd vindt je 18 al oud) die dingen tegen me zeiden waarvan ik niet wist wat het betekende. Dat het niet netjes was dat had ik wel door, vieze oude mannetjes. Dit alles onder het genot van de galmende Paloma Blanca van George Baker, dat was toen een grote hit in Zuid Amerika. 

Jaren later, toen ik ergens begin twintig was, ging ik op vakantie naar Zuid Amerika. Er was niets veranderd, er werd nog steeds gefloten, gepssssst, nagelopen en geroepen. 

Toen ik op een dag in een overvolle bus naar de stad ging kreeg ik voor het eerst te maken met ongewenst lichamelijk contact. 

Terwijl ik me probeerde staande te houden in een overvolle bus voelde ik opeens iets hards tegen mijn been duwen, Toen ik omkeek stond daar een man met volle kracht tegen me aan te rijden. Ik heb me omgedraaid en mijn been omhoog gedaan waardoor de man opeens een stukje kleiner werd. Bij de eerst volgende halte stapte hij uit. Toen de bus verder ging begon ik opeens te trillen en werd ik overvallen door angst. Zo tussen tientallen mensen, getuigen, was het dus mogelijk om door een man lastig gevallen te worden. Niemand had iets in de gaten. 
Later leerde ik dat dit soort acties door mannen vallen onder de noemer aanranding. 

Tijdens diezelfde vakantie ging ik een avond op stap met vrienden en kreeg ik van mijn moeder het volgende wijze advies:

' Fijne avond kind. Geniet ervan, maar ga niet de Lambada dansen met vreemde mannen!' 


Tegen elke meisje zou ik willen zeggen: Dans alleen de Lambada met je eigen vriendje. 

Tegen elke jongen zou ik willen zeggen: Nodig nooit een vreemd meisje uit om de Lambada met je te dansen. 


                                                                      De Lambada 



Seksuele intimidatie moet stoppen, elke vorm van ongewenst contact is een no go. 



Monika Eberhart 

zondag 15 oktober 2017

De charme van de broeder

Omdat ik binnenkort weer in de thuiszorg aan het werk wil als verzorgende IG mocht ik vorige week twee routes met collega's meelopen. Tijdens de avondroute mocht ik met 'broeder' Johan mee. 



De route begon om zeven uur. Ik was er helemaal klaar voor. Avondeten en koffie had ik al op en met de dopper en een tussendoortje in de tas gingen Johan en ik op pad. 

Avondroutes in de thuiszorg zijn vaak gezellige routes, dat weet ik uit ervaring. Hier en daar kousen uittrekken, gesprekken voeren over wat er op televisie is, bij de een insuline spuiten en de ander in bed helpen. De diversiteit aan mensen en werk is groot. Dat bleek ook tijdens deze route met Johan. 

Na een aantal gezellige mensen kwamen we bij de dhr. Visser terecht. Dhr. Visser is 97 jaar en woont nog zelfstandig! Een mooie man met een prachtige grijze baard. Volgens Johan wordt hij ook wel de Iglo man genoemd. Persoonlijk vind ik dhr. Visser meer op Lex Goudsmit lijken.

Ik had dhr. Visser een dag eerder tijdens de ochtendroute al ontmoet. Toen was hij vrij stil (net wakker) en liet rustig de nodige zorg over zich heenkomen. 

Tijdens de avondroute trof ik een hele andere meneer Visser aan. Een man met een scherpe geest en geweldige humor.

Het was erg warm bij dhr. in de woonkamer. Johan keek op de thermostaat (25 graden) en we keken elkaar aan en dachten waarschijnlijk hetzelfde. Dit had dhr. meteen door en zei: 'Je hebt er toch niet aan gedraaid he?'.
' Ik zou niet durven! ' zei Johan met een glimlach.
' Dat is je geraden ook, ik bepaal de stand van de knoppen hier want het is mijn huis, als je 97 jaar bent met weinig beweging en vet op de botten dan krijg je het nu eenmaal snel koud'. 
Johan knikt ' U heeft helemaal gelijk!' 
'Nou, dat dacht ik ook', met glunderende ogen en een glimlach. 

Tijdens het innemen van zijn medicatie vertelde  dhr. Visser dat hij last had van vervelende korstjes op zijn oog. Hij zei dat hij het lastig vond om ze weg te krijgen en dat het irriteerde.
- ' Je moet maar eens in je salaris gekort worden als je hier niets aan kunt doen!' aldus dhr. tegen Johan.
- ' Ik zal eens kijken wat ik voor u kan betekenen '
Johan liep naar de keuken en kwam terug met een tube zalf.
- ' Smeer dit maar op de korstjes '
- ' Op mijn oog? '
- ' Doe maar op het randje, waar de korstjes zitten'

Dhr. deed zijn bril af, Johan deed een beetje zalf op zijn vinger en dhr. smeerde dit op de korstjes. Althans, deed hier een poging toe en kwam onder de korstjes terecht, maar dat deed er even niet toe. Hij zette zijn bril weer op en liet het resultaat al glunderend aan Johan zien.
' Helemaal goed. Smeer ook maar wat op het andere oog, daar zitten ook wat korstjes '
Dhr. deed zijn bril weer af en smeerde ook onder het andere oog. Nu had hij twee witte wallen onder zijn ogen. Hij zette zijn bril weer op. Hij zag er tevreden en blij uit.

Johan pakte zijn telefoon om een foto van het resultaat te maken en aan dhr. te laten zien.
- ' Zeg, daar heb ik geen toestemming voor gegeven hé? ' quasi verontwaardigd.
- ' Dat maakt niet uit, kijk maar even hierheen ' Johan en dhr. kennen elkaar duidelijk goed en zijn vertrouwd met elkaar.
Dhr. Visser ging, voor zover mogelijk, rechtop zitten en poseerde parmantig voor de camera. Na een paar mislukte wazige foto's (zo gaat dat met die smartphones, nooit in een keer goed) liet Johan het resultaat zien en dhr. Visser keek tevreden naar het scherm.
- ' Nou, dat is niet slecht! ik val mezelf niet tegen, zie er nog fantastisch uit voor mijn leeftijd. Daar kan ik nog wel een mooie dame mee scoren'. Hij heeft een smile van oor tot oor en kijkt Johan lachend aan.
Ze snappen elkaar.

Deze twee heren hebben duidelijk een 'mannen onder elkaar' contact. Ik zit erbij, kijk ernaar en geniet. Een broeder in de zorg heeft toch een ander contact met mannelijke zorgvragers dan een zuster. Het is een soort "ons kent ons" tussen de heren.

Er waren meer mannelijke cliënten op die avond en bij elke man die we bezochten zag ik hetzelfde ons kent ons contact tussen de broeder en de zorgvrager. Allemaal op hun eigen manier binnen hun eigen beleving.

Ik vind mannen die in de zorg werken een aanwinst voor elke organisatie. Ze zitten toch anders in elkaar dan vrouwen en dat merk je aan de reacties van de cliënten als de broeder binnen komt.
Mannelijke cliënten praten sneller met een broeder over Voetbal en Max Verstappen en de grapjes die ze maken worden sneller begrepen door een "soortgenoot".
Voor dhr. Visser was Johan duidelijk het geniet moment van de dag.


Laten we gaan voor 50/50 in de zorg. Dat lijkt me de perfecte verdeling. Helft mannen en helft vrouwen. En dan heb ik het over de mannen aan het bed en niet de mannen in de directiefauteuils  en aan de bureaus van de raad van besturen. Die voegen niets toe voor de cliënt...........en dat heb ik dan zacht uitgedrukt.


Monika Eberhart 

donderdag 31 augustus 2017

Het zijn de kleine dingen die het doen

Mw. Klein heeft dementie. Een intelligente dame van 74 jaar die al mopperend duidelijk maakt wat ze wil, maar vooral wat ze niet wil. Ze komt één dag in de week naar het dagactiviteitencentrum. Ze komt vrolijk binnen en gaat vrolijk naar huis, maar in de tijd tussen aankomst en vertrekt moppert ze er vrolijk op los. 



Het is buiten 30 graden en binnen is het bijna net zo warm. Niet echt een middag om inspannende activiteiten te doen. We doen rustig aan, lezen uit de krant, vullen met elkaar de kruiswoordpuzzel in, zingen liedjes en kletsen over alledaagse onderwerpen. Allemaal mensen met dementie aan tafel en elk doet op zijn/haar eigen manier mee aan het gesprek. Sommigen vallen in slaap. Ligt natuurlijk aan de warmte.

Het gesprek gaat over ijs. Niet zomaar ijs, maar echt Italiaans ijs. Dat is pas ijs. Als ik vraag wanneer ze voor het laatst ijs gegeten hebben dan weten ze dat niet meer, maar dat ze het lekker vinden weten ze nog wel. De smaak van het ijs ligt vast in hun herinnering. 
Mw. Klein zegt 'Ik kan me niet meer herinneren wanneer ik voor het laatst Italiaans ijs gegeten heb. Ik denk dat het jaaaaaaren geleden is'. 

Dan krijgen mijn collega en ik het idee om Italiaans ijs te gaan halen. Even op de telefoon de dichtstbijzijnde Italiaanse ijssalon opzoeken. Die blijkt dicht in de buurt te zijn. 
We bekijken welke smaken ze hebben, dat zijn er heel veel. De keuze is reuze. Ook een heleboel smaken die voor mensen met dementie vreemd zijn. Wat te doe? gaan we voor vertrouwd (vanille of chocolade) of gaan we voor een wat vreemdere smaak?We wagen het erop en kiezen voor de combinatie appeltaart, kaneel en speculaas.  

Als mw. Klein hoort dat wij van plan zijn om voor iedereen ijs te gaan halen vergeet ze te mopperen. 'Wat doen jullie toch veel moeite om ons een fijne dag te bezorgen' zegt ze welgemeend.
Ik vraag haar hoeveel bolletjes ze wil, een, twee of drie? 'Dan wil er drie' zegt ze. 

Mijn collega gaat op pad en komt een half uurtje later terug met voor iedereen een bakje ijs met drie bolletjes en een wafel. 

Mw. Klein kijkt verliefd naar haar ijs 'Oh wat een feest!'. Ze gaat er goed voor zitten en eet langzaam, volop genietend haar ijs op. De nieuwe smaken vallen goed. Elke keer als ze een paar happen verder is kijkt ze me aan en zegt ze 'wat een verwennerij he?, jullie zijn fantastisch. Bedankt!' 'geen dank hoor, we doen het met liefde' geef ik als antwoord. Als ze me dan aankijkt zie ik tranen in haar ogen. 'Ik kan wel huilen, zo blij ben ik' zegt ze.
Mijn collega en ik kijken elkaar begrijpend aan. Geen woorden nodig.

Als ik later mw. Klein naar de bus begeleid knijpt ze me even in mijn arm en zegt 'Bedankt voor het ijs, jullie weten niet hoe blij ik daarmee ben. Tot volgende week, dan kom ik weer.'.

'Tot volgende week mw. Klein.'

Het zijn de kleine dingen die het doen..........



Monika Eberhart 




donderdag 24 augustus 2017

Het is poep, het is pies en dat is best wel vies

Ze is ergens begin 70 en heeft gevorderde dementie. Ze weet niet meer wanneer ze naar het toilet moet, ze herkent dat gevoel niet meer. Na het middageten help ik haar, zoals gewoonlijk, naar het toilet om te plassen. Vandaag verloopt het echter anders dan normaal. 


Ik mag haar Lotte noemen en hoef geen mevrouw te zeggen. Dat vindt ze niet fijn. Ze luistert ook beter naar Lotte dan naar mevrouw. 
Na het middageten helpen wij Lotte altijd naar het toilet. Vandaag was dat niet anders. Ik geef haar een hand en vraag of ze mee wil gaan. 'Waar gaan we heen?' vraagt ze op een onrustige toon. 'Naar de w.c. om te plassen" geef ik als antwoord. Hand in hand lopen we naar de w.c. Ik doe de deur open en ze vraagt 'moet jij?'. 'Nee, ik hoef niet. Jij mag even gaan plassen als je moet'. Ze wijst naar haar broek en met haar blik vraagt ze of ze die naar beneden moet doen. Ik knik 'doe maar naar beneden'. Ze kijkt om zich heen. Ze lijkt zich af te vragen waar ze moet gaan zitten. Ik snap dat wel.
Wij werken hier met mensen met gevorderde dementie en op die w.c. is alles wit, spierwit. De pot is wit, de bril is wit, de steunen zijn wit, de kast is wit, de muur is wit, de wastafel is wit, de wasmand is wit...... Gelukkig is de vloer lichtgrijs. Dat is dan ook meteen het enige dat een andere kleur heeft. Waarom heeft niemand bij de inrichting van dit toilet bedacht dat mensen met dementie kleurcontrasten nodig hebben om voorwerpen te herkennen? Na ja, het heeft geen zin om daar nu moeilijk over te doen. Het is zoals het is.

Ik help Lotte om op de w.c. te gaan zitten. Ze werkt een beetje tegen en kijkt me angstig aan. Ik houd haar twee handen vast en zeg dat ze kan gaan zitten, dat ik haar vasthoud. Ze gaat zitten. 
Normaal gesproken komt de plas vrijwel meteen, maar niet deze keer. Lotte wiebelt onrustig heen en weer en gaat met haar hand tussen haar benen. Ze grijpt naar achteren en zegt' daar is het'. Ik heb niet meteen in de gaten wat ze aan het doen is. 'Houd maar niet vast, leg je hand maar op je been'. Ze begint op haar buik te duwen en laat me haar schaamhaar zien. Ze trekt aan de haartjes. 'Dat is je schaamhaar Lotte, laat dat maar zitten. Dat zit vast'. Ze gaat weer met haar hand tussen haar benen naar achteren.

Photo by Logan Ripley 
Opeens ruik ik iets. Poep! Lotte's hand komt weer tevoorschijn en er zitten donkere sporen op haar vingers. 'Daar, dat' zegt ze. 'Ik zie het Lotte'. Snel trek ik rubberen handschoenen aan en pak ik Lotte haar hand. Ik maak deze alvast schoon met een nat doekje. Lotte schuift heen en weer op de bril en wil weer gaan staan. 'Blijf nog maar even zitten Lotte, ik denk dat je nog niet klaar bent' zeg ik zo rustig mogelijk. Ik draai de kraan van de wastafel open in de hoop dat ze daardoor gaat plassen. Het lukt. Lotte kijkt tussen haar benen en ontspant. Ze kijkt me droevig, vragend en opgelucht tegelijk aan. 'Het is goed Lotte. Je hebt het goed gedaan. Kom maar staan' zeg ik. Lotte staat op. De bril is niet meer wit en de billen van Lotte zijn besmeurd met ontlasting. In rap tempo maak ik de washand nat met warm water. Ik moet snel zijn want Lotte begint aan haar billen te krabben. Het lijkt te jeuken. 
Terwijl ik haar billen schoonmaak blijkt Lotte nog niet klaar te zijn met het breien van de bruine trui. Een deel komt terecht in mijn hand. Lang leve de handschoen! 
Terwijl ik met mijn neus dicht bij de ongewenste geur hang om Lotte's billen schoon te maken moet ik opeens kokhalzen. Net op dat moment hoor ik Lotte zeggen: 'Ik vind jou lief'. Perfecte afleiding, het kokhalzen houdt meteen op.
Als Lotte weer schoon en fris is vraag ik aan haar of ze haar handen wil komen wassen. Ze weet niet waar ze dat moet doen. De wastafel is wit en Lotte lijkt de wastafel niet te herkennen. De kraan is al helemaal onmogelijk te bedienen. Een moderne kraan met een grote hendel die van links naar rechts gaat. Ik pak haar handen en begeleid ze naar de kraan. Ik doe wat zeep op haar handen en op die van mij. Samen wassen we onze handen. We staan heel dicht bij elkaar, tegen elkaar aan. Opeens op een onverwacht moment krijg ik een kus op mijn wang. Lotte leunt even met haar hoofd tegen mijn schouder en zegt: 'Lief'. Ik smelt.


Handen afdrogen gaat op dit moderne toilet ook niet vanzelf. Het witte vierkante apparaat dat aan de muur hangt is vreemd voor Lotte. Ik trek er een aantal witte papieren vellen uit en droog daarmee Lotte haar handen. Ik controleer meteen haar nagels, of ze nog wel wit zijn. 
Poep en pies. Het is allebei vies, helemaal als het van iemand anders is. Ik zal aan dit deel van werken in de zorg nooit wennen, maar zolang ik in de zorg werk zal ik het blijven doen. Voor Lotte en alle andere mensen met dementie die mijn hulp nodig hebben.

Lotte volgende week gaan we weer samen naar de w.c. 

Monika Eberhart

P.S. Meneer Rutte, komt u ook een dagje helpen? 

dinsdag 8 augustus 2017

Diep geraakt, diep getroffen

Vandaag las ik mijn gedicht "Als" voor op mijn werk. Ik werk met mensen met dementie en zij zijn mijn inspiratiebron. Het gesprek vandaag ging over gedichten. Mevr. X vertelde dat ze vroeger veel gedichten uit haar hoofd moest leren en ze wist er nog een paar op te zeggen. Prachtig om te horen hoe ze op haar 93ste nog zoveel gedichten uit haar hoofd op kon zeggen.  


Terwijl we aan het kletsen waren over gedichten vertelde ik haar dat ik zelf ook gedichten schrijf. Ze vroeg of ik er een voor kon lezen. Even was ik in twijfel, was het wel verantwoord om gedichten over dementie voor te lezen aan mensen met dementie? Uiteindelijk vond ik dat ik het gewoon moest doen, ik zou wel zien wat voor effect het zou hebben.

Ik schraapte mijn keel en probeerde zo duidelijk mogelijk voor te lezen (mevr. X is slechthorend).


Klik op afbeelding om te vergroten


Toen ik klaar was met lezen en van mijn blaadje opkeek zag ik tranen in de ogen van mevr. X. Ze probeerde haar tranen tegen te houden. Ik liet haar eventjes bijkomen.  Ze zei: Wat prachtig! Wie is de schrijfster? Ik vertelde haar dat ik het geschreven had (dat was ze door de dementie weer vergeten). Ze wilde weten of ik nog meer gedichten geschreven had en of ik die dan ook eens voor wilde lezen. Ik beloofde haar om dat volgende week te doen.  

Naast me zat mevr. Y. De tranen biggelden over haar wangen. Met een zakdoek depte ze haar ogen onder haar bril droog. Ik sloeg mijn arm om haar heen en hield haar even vast. Ik bood mijn excuses aan omdat ik haar aan het huilen had gemaakt. Ze zei dat het niet nodig was om sorry te zeggen. Ze herkende zichzelf in mijn woorden en zei dat ik haar gevoel niet beter had kunnen verwoorden. Ze bedankte me voor de herkenning van haar gevoel. Daarna keek ze me aan en waren verdere woorden niet nodig. 

Nu was het mijn beurt om even te slikken. Een groter compliment kon ik niet krijgen. En dat van de mensen die mijn inspiratiebron zijn. 

Monika Eberhart 


vrijdag 28 juli 2017

Waarom werk ik eigenlijk in de zorg? Is het uit empathie of uit egoïsme?

Ik werk in de zorg, met mensen met dementie, en ik doe het met liefde en plezier. Laat dat als eerste gezegd zijn. Ondanks dat vraag ik me wel eens af waarom ik het eigenlijk zo leuk vind om met mensen met dementie te werken. Is dat omdat ik zo'n geweldig empathisch vermogen heb? of gewoon uit egoïsme omdat het mijn ego streelt? 


Ooit werd ik na mijn middelbare school aangenomen voor de opleiding ziekenverzorgende in een ziekenhuis in Den Haag. Twee weken voor ik zou starten bedacht ik dat ik helemaal geen zin had om op zaterdag en zondag te werken. Ik heb toen de opleiding afgeblazen en ben gaan werken als huishoudelijke hulp in de thuiszorg. Hoefde ik alleen maar van maandag t/m vrijdag en ook nog eens halve dagen. Ideaal! (vond ik toen). 

Na jaren werken als huishoudelijke hulp heb ik toch voor de opleiding verzorgende gekozen. Eerst IG en daarna MMZ. Werken in het weekend vond ik inmiddels geen probleem meer en wisselende diensten was ook prima.

Vanaf mijn allereerste werkdag heb ik met mensen met dementie gewerkt, het is gewoon op mijn pad gekomen zonder dat ik daar bewust voor gekozen heb. Blijkbaar was er iets waardoor ik geschikt was om met deze doelgroep te werken.

Na al die jaren werken met mensen met dementie vraag mij af wat mijn drijfveer is. Waarom kies ik ervoor om met mensen te werken die soms elke drie minuten dezelfde vraag stellen? Die niet meer weten hoe het toilet werkt en muren en deuren met ontlasting besmeuren. Die niet meer willen eten omdat ze niet weten hoe het moet. Die honderd keer per dag de code van de deur proberen in te toesten omdat ze naar huis willen. Mensen die mij wanhopig en smekend aankijken en lijken te vragen of ik hun zorgen weg wil nemen.
Hoe kan het dat ik elke keer weer het geduld heb om elke drie minuten antwoord te geven op steeds weer dezelfde vraag? Als thuis een van mijn dierbaren een vraag stelt die mij irriteert reageer ik vaak onredelijk. Niks geduld. Maar bij mensen met dementie lijkt het wel of ik een ander mens ben. En als mijn geduld wel eens opraakt (ik ben ook maar een mens) dan kan ik mezelf redelijk snel herpakken. Beetje humor hier en een beetje muziek daar en ik heb weer energie.

Het kan toch niet alleen maar empathie zijn die ervoor zorgt dat ik engelengeduld heb? Ik denk dat zorgen voor mensen met dementie ook ergens mijn ego streelt. Het feit dat ik in staat ben om de persoon met dementie gerust te stellen en blij te maken doet meer met mij dan met die ander. Het geeft een gevoel van onmisbaar zijn en blijkbaar is dat een lekker gevoel.
Het is een soort macht die je voelt (in de positieve zin). De ander is afhankelijk van mij om zich goed te voelen en dat zorgt er dan weer voor dat ik me goed voel.

Ze zeggen wel eens dat werken in de zorg een roeping is en dat het altijd met liefde gedaan wordt. Is dat zo? Ja dat is zo, maar ik denk dat het ook een stukje egoïsme is. Niet omdat je dan lekker veel geld verdient (dat is alleen weggelegd voor de CEO's) maar omdat het zo lekker voelt om nodig te zijn. Dat blije gevoel dat je krijgt als je de ander met kleine dingetjes gelukkig maakt, daar doe je het voor.

Dus om te kunnen werken in de zorg, met name de zorg voor mensen met dementie, moet je empatisch zijn en ook een beetje egoïstisch. Het moet je iets opleveren anders houdt je het niet vol. Niemand wil iets voor een ander doen zonder er iets voor terug te krijgen. Van mensen met dementie krijg je vooral heel veel dankbaarheid terug. Dankbaarheid die je moet kunnen zien omdat ze het niet altijd uitspreken. Dus je moet ook goede ogen hebben. Sterker nog, je moet goed werkende zintuigen hebben. Vaak communiceer je met mensen met dementie via je zintuigen.

Hoe dan ook.....






Monika Eberhart

Photo by Jake Thacker on Unsplash