woensdag 22 juli 2026

Over de overgang die over gaat


De overgang. Daar is al veel over geschreven. Het is gelukkig geen taboe meer, maar er zijn nog steeds veel vrouwen die er niet over willen praten en er stil onder lijden. Vrouwen die er veel last van hebben en waar geen begrip voor is omdat ze hun klachten niet met anderen delen. 

Vandaag op mijn 61ste verjaardag vat ik samen wat mijn nieuwe levensfase met mij doet. Leuk cadeautje toch? voor mezelf en de vrouwen die nog in de overgang gaan komen. 

Ik begon zelf laat aan de perimenopauze, menopauze en de postmenopauze. Ik was 56 toen ik de grote veranderingen begon te merken, voor die tijd viel het wel mee. Zo rond mijn 45ste kondigden de eerste kilo's zich aan. Ik kreeg er 10 kilo bij en ik viel ook weer 10 kilo af.  Dat vond ik nodig omdat ik gewend was aan een mager lichaam. So far so good. Ik wist toen nog niet dat ik die kilo's eigelijk nodig had. Want dat was onderhuids vet dat mijn lichaam mij cadeau gaf om daar het oestrogeen in op te gaan slaan dat ik kwijt zou raken na mijn vruchtbare leven. Als oestrogeen niet meer uit de eierstokken komt, dan komt het uit lichaamsvet. Naast de kilo's begon de menstruatie ellende. Ik zal niet teveel uitweiden, maar het kwam erop neer dat ik na mijn 50ste begon leeg te bloeden. Dit werd opgelost met een spiraal. Zo kon ik nog een paar jaar normaal functioneren. 

Op mijn 56ste hield het maandelijkse bloeden op en ik mocht het spiraaltje tot mijn 60ste laten zitten. Na het stoppen van de menstruatie begon voor mij de grootste verandering. Tussen toen en nu 12 kilo zwaarder. Dit vet zit niet alleen onderhuids, maar ook in de buik. Het beroemde overgangsbuikje was bij mij ook een feit. Hoera! Ik doe ook mee. Meer bewegen zou de oplossing zijn. Ik had inmiddels ook zittend werk, alleen mijn kaken kregen beweging, dus bewegen was sowieso een goed idee. Ik ben gaan sporten, altijd goed. Tot ik last kreeg van de PHPD'tjes (pijntje hier, pijntje daar). Dit was helemaal nieuw voor mij. Ik heb het sporten wat aangepast, maar bleef bewegen. Ik probeer nu twee keer per week naar de sportschool te gaan. Wandelen heb ik toen ook ingevoerd, ik bleek vooral een "mooi weer wandelaar" te zijn en 's avonds was ik vaak te moe om stappen te zetten. 

In de afgelopen jaren heb ik verschillende klachten gekregen waar ik vooral zelf heel veel last van had, en nu nog steeds, maar het wordt gelukkig minder. 

- opvliegers 
- nachtelijk zweten
- ledematen die pas later wakker worden dan ik
- hoofdpijnen
- hartkloppingen
- vermoeidheid
- gewrichtspijnen
- verdoofd gevoel in voet
- verlies van empatisch vermogen
- minder zin om voor anderen te zorgen
- meer tijd voor mezelf
- minder goed tegen drukte kunnen
- verlies van interesse in anderen
- vergeetachtigheid
- het nergens zin in syndroom

en nog een stapel kleine kwaaltjes....

Ouder worden is op zich niet iets waar ik een probleem mee heb. Omgaan met de veranderingen, dat is waar ik moeite mee heb. Ik ben mezelf niet meer en dat vind ik lastig. Soms heb ik het idee dat ik helemaal gevoelloos ben geworden en dat het mij helemaal niet meer interesseert wat een ander bezig houdt. Dit kan natuurlijk heel kwetsend zijn naar anderen, maar mocht je dit zo voelen en dit lezen weet dan dat het niet persoonlijk is en dat het helemaal aan mij ligt. 

Ik merk ook duidelijk dat het mij niet meer interesseert wat anderen vinden van mijn keuzes. Ik zat al zo in elkaar, maar dit is door mijn leeftijd uitvergroot. Als ik iets lekker vind zitten dan draag ik het. Als ik ergens niet aan mee wil doen, dan doe ik dat niet. Je raakt hormonen, neuronen en hersenverbindingen kwijt waardoor je in de ogen van anderen een egoïst wordt. Maar het enige dat je doet is voor jezelf kiezen omdat je hersenen dat zo aansturen. Dat is precies wat ik voel gebeuren. Het besef dat ik nu toch echt in de herfst van mijn leven zit zorgt ervoor dat ik vooral dingen wil doen waar ik zelf blij van wordt. Als ik compenseer omdat ik ook graag met anderen rekening wil houden dan kost met dat veel meer energie dan vroeger, dan heb ik tijd nodig om weer op te laden. 

Ik ben nu ook in de leeftijd dat mijn pensioen door een klein gaatje naar mij aan het koekeloeren is. Ik kijk terug en zeg: Ik kom eraan! Ik verheug me op de tijd dat ik geen werkplicht meer heb, dat mijn lichaam weer stabiel is, dat ik gewend ben aan mijn nieuwe ik. Voor nu vind ik mijn werk gelukkig nog heel leuk en geeft het mij voldoening om mensen te helpen. Maar ik heb ook zin in de tijd dat ik tijd zal hebben voor al die dingen die ik leuk vind om te doen. De tijd dat ik meer tijd zal hebben voor de kinderen en kleinkinderen. 

Voor mezelf kiezen met mijn nieuwe ik betekent ook dat ik concreet aandacht begin te besteden aan wat ik leuk vind om te doen. Zo ga ik een fotocursus volgen aan de volksuniversiteit Amsterdam. Ik ga een proefles zingen volgen eind augustus en als dat bevalt ga ik door met zangles. 

Nu ik een zestiger ben merk ik dat de overgangsklachten beetje bij beetje beginnen te minderen. Ik heb geaccepteerd dat ik nooit meer dezelfde persoon zal zijn als voor de overgang, ik omarm mijn nieuwe ik en begin er beetje bij beetje aan te wennen. De mensen om mij heen moeten mij maar accepteren zoals ik ben. Die 12 kilo probeer ik nog een beetje te minderen door op mijn eten te letten te sporten, maar niet te gek want een mens moet ook gewoon genieten van het leven. 

De klachten die heb gekregen heb ik op me af laten komen. Ik ben blij dat ik nooit voor hormonen gekozen heb, dat ik dat niet nodig had. Ik vind het zelf onnatuurlijk om die te gaan slikken, het lichaam komt niet voor niets in de fase van afbouwen van hormonen. Waarom zou je ze dan tegen de natuur in weer op gaan bouwen? Aan de andere kant begrijp ik natuurlijk dat het sommige vrouwen goed kan helpen. Sommige vrouwen hebben zoveel klachten dat ze niet normaal de dagen door kunnen komen, dan is het fijn als hormonen kunnen helpen. 

Vandaag dus jarig, 61 jaar. Vanmorgen met mijn moeder koffie gedronken en verder tot vanavond alleen thuis. Dat voelt helemaal prima, ik geniet van de rust en de felicitaties die via verschillende wegen binnen komen. Voor mij geen gedoe met feestjes en vieringen. Zonder feestje ben ik ook dankbaar dat ik ouder mag worden.

Kijken naar mijn toekomst in mijn nieuwe jas verheug ik mij op wat er nog allemaal op mijn pad gaat komen. De overgang is misschien niet leuk, maar het brengt ook weer mooie veranderingen met zich mee. Je bent wijzer, rustiger, minder vatbaar voor meningen en je mag je gaan verheugen op meer tijd om leuke dingen te gaan doen, alleen en met je naasten. 

Op naar de 62!  

maandag 15 september 2025

De Tikkende Klok Challenge

Wandelen voor PLN 

Gisteren was het eindelijk zover. De eerste editie van de Tikkende Klok Challenge op het circuit van Zandvoort. Het doel was om rondjes te lopen over het circuit om geld in te zamelen voor onderzoek naar PLN. 


Het was een mooie en bijzondere dag 

Wij deden mee met een team van 4. Vriendin Angela, mijn man Arjen, mijn dochter Kirsten en ik. Omdat Kirsten als doel had om alle tien de rondes te lopen waren wij al om 08:30 op het circuit van Zandvoort.

De dag werd geopend met een openingsspeech en een mooi ontroerend liedje, live gezongen. Ik keek wat om mijn heen en zag dat veel mensen geraakt werden door de tekst van het lied. Er werd ook een moment stilte gehouden voor mensen die aan PLN zijn overleden en voor de mensen die nu ziek zijn.

Toen was het tijd om te lopen. De eerste die van start ging was Richard Verschoor in een zwarte Ferrari. Hij reed voor de renners uit. De eerste groep die daarachter van start ging waren de heren en dames die gingen voor de double marathon. Dat zijn dus 20 rondes van 4,2 kom in 10 uur tijd. Ongelofelijk veel respect voor deze groep. 

Foto: Robert Waasdorp


Daarachter kwamen de rest van de renners en lopers. Ons team liep de eerste ronde met elkaar. Daarna werd het allemaal wat verspreid omdat iedereen zelf mocht bepalen hoeveel rondes en op welk tijdstip. De voorwaarde om een volgende ronde te mogen starten was dat je wel binnen het uur binnen was gekomen. Dit is bij iedereen gelukt. 

Om elf uur sloten wat familieleden aan, één ervan drager en haar broer al ziek door PLN. Ik heb bewondering voor mensen zoals hij die ook meegelopen hebben met een hart dat niet meer goed werkt. Het was heel fijn om wat rondes met elkaar te lopen en onderweg te kunnen praten over waar mensen met PLN allemaal mee te maken hebben. Veel verdrietige verhalen, wat voor de lopers motivatie geeft om zoveel mogelijk rondes te lopen. 

Zelf had ik mijn voorgenomen om minimaal 3 rondes te lopen. Dit is gelukt! Gezien de pijn in de voeten was meer ook echt niet haalbaar voor mij.  Angela heeft er ook drie gelopen en moest daarna helaas weer naar huis, maar heel fijn dat ze mee heeft gelopen. Iemand die niet met PLN te maken heeft, maar wel bijdraagt aan geld inzamelen. 

Arjen heeft vier rondes gelopen, na drie besloot hij er nog een bij te doen! Heel knap want geloof me, over dat schuine circuit lopen is niet echt makkelijk. 


Kirsten was de kanjer van de groep. Zij heeft, wisselend lopend en rennend, 10 rondes gelopen (5 rondes gelopen en 5 gerend). Elke keer als ik haar binnen zag komen was ik een stukje trotser en uiteindelijk waren na 10 rondes de tranen van deze moeder niet tegen te houden. Veel emoties door elkaar. Trots op haar prestatie en ook zorgen om haar gezondheid. Duursport kan de trigger zijn om het hart te beschadigen, maar ze stelde mij ook gerust. Ze heeft het niet achter elkaar hoeven lopen, elke keer een kleine pauze zodat het hart wat tot rust kon komen.   Ik vind het zo knap van haar om maar door te blijven gaan. Ik weet zeker dat haar vader ook heel trots op haar zou zijn geweest. De stappen die ze liep die liep ze voor hem. Al 11 jaar uit ons leven, maar uiteraard nooit vergeten. 

De laatste lopers/renners kwamen rond half acht binnen. Daarna werden er prijzen uitgereikt, aan de twee mannen die de dubbele marathon afgemaakt hebben (20 rondes van 4,2 km), aan de persoon die het meeste geld binnengehaald heeft, aan het team dat het meeste geld binnen haalde en er werd een trampoline verloot tussen de mensen die de 10 rondes gehaald hebben (waaronder Kirsten). 

Aan het einde werd bekend gemaakt wat de opbrengst van de dag was:  €203.354,00 


Mijn kinderen zijn drager van PLN. Voor hen en alle anderen hebben wij gelopen en geld ingezameld. Tot nu hebben wij als team 2324,80 euro binnen gehaald.
 

Bedankt! 

Iedereen die gedoneerd heeft wil ik bij deze met heel mijn hart bedanken! Het hoeft niet, maar jullie hebben het wel gedaan. Namens alle PLN patiënten en dragers BEDANKT!

Belangrijk om te benoemen is dat elke euro direct naar onderzoek gaat. Het kan meteen ingezet worden. Uw geld wordt dus goed besteed. 




Wilt u alsnog doneren. Dat zou ik het fijn vinden als u dat doet via de link van de pagina van Kirsten, zij heeft gisteren de mooiste prestatie geleverd door tot het uiterste te gaan om bij te dragen aan onderzoek naar PLN voor nu en in de toekomst. 

Doneren kan hier 

Kirsten komt binnen na haar laatste ronde over her Circuit!









In totaal is gisteren een mooi bedrag van net boven de 200.000 euro binnen gehaald. 700 mensen liepen mee om PLN de wereld uit te helpen! 

woensdag 31 juli 2024

PLN, een hartziekte waarvan je wilt weten of je het hebt

Het leven gaat niet altijd over rozen. De zon kan schijnen en je leven loopt op rolletjes, tot uit onverwachte hoek een hele donkere wolk verschijnt. .

In 2014 overleed de vader van mijn dochters. Hij was 48 en kreeg een hartaanval. Nu, tien jaar later, weten we waar hij aan is overleden. Aan PLN, een erfelijke (nog) ongeneselijke hartziekte. Hij heeft deze ziekte helaas aan onze kinderen doorgegeven. En daar begint mijn verhaal. 

Voor mij als moeder was het heftig om te horen. Je wordt meteen overvallen met de angst dat je ze kwijt gaat raken. Na veel lezen en erover praten krijgt het uiteindelijk een plek in je leven en kun je toch weer redelijk gewoon verder. Ze zijn immers niet ziek. Maar de angst dat ze ziek gaan worden zit nu wel in mijn hoofd en gaat er niet zomaar uit. 

Waarom schrijf ik erover in mijn blog? Omdat ik aandacht wil vragen voor PLN. Niet omdat ik zelf snak naar aandacht, maar omdat ik hoop dat er meer geld komt voor onderzoek en omdat ik wil dat de mensen die het hebben, maar niet van zichzelf weten, gevonden worden. 

Wat is PLN? en waarom wil ik daar aandacht voor vragen?

PLN is een relatief nieuwe maar toch heel oude ziekte. Het is in 2010 ontdekt, en is al zo'n 700 jaar geleden ontstaan. Het is een ziekte waarbij je jong kunt overlijden of oud kunt worden zonder symptomen en alles daar tussenin. 

Om mensen te redden is het belangrijk dat er meer bekendheid komt omtrent PLN. In Nederland zijn tussen de 10,000 en 14,000 mensen drager van de ziekte zonder dat ze het zelf weten. Daarmee is de kans groot dat steeds meer mensen het gaan krijgen omdat het doorgegeven wordt van ouder op kind. Als je zelf drager bent dan is er 50% kans dat je kind het krijgt. 

Een aantal weetjes over PLN:


- Het is 700 jaar geleden ontstaan bij een Friese voorouder. Vanuit daar is het doorgegeven van generatie op generatie. 
- 1500 mensen weten dat ze drager zijn van de ziekte. 
- 10.000 tot 14.000 mensen in Nederland zijn drager, maar weten dit niet van zichzelf. 
- De ziekte is in 2010 ontdekt. Het is een gemuteerd gen dat het hart kan beschadigen. 
- Mensen met PLN hebben een vergrote kans om hartproblemen te krijgen. Hartritmestoornis of hartfalen. 
- PLN is niet te genezen, als de symptomen starten gaat het hart langzaam achteruit. 
- Sommige mensen gaan er jong dood aan, andere mensen krijgen op latere leeftijd symptomen, sommige mensen krijgen helemaal geen symptomen. Het is niet bekend waarom deze verschillen er zijn. 
- Er wordt heel veel onderzoek gedaan om tot een genezing te komen.
- Een medicijn komt dichterbij.
- Er is veel geld nodig.
- Elke donatie gaat zonder tussenkomst van derden direct naar PLN onderzoek.
- Doneren kan aan de stichting PLN, zij werken heel hard aan bekendheid en onderzoek. 

Wat u moet weten als lezer 


- Heeft u hartklachten of zijn er in uw familie mensen met vage hartklachten? 
- Zijn er familieleden overleden aan een hartaanval zonder te weten waarom? 
- Heeft u het vermoeden dat er hartziekte bij uw familie voorkomt?
Als het antwoord op bovenstaande ja is, informeer dan bij uw huisarts wat u kunt doen en vraag om onderzoek. 
Bekijk de website van Stichting PLN, daar kun je alle nodige informatie vinden. 


Ik ben zelf geen drager maar ik wil wel bijdragen aan genezing. Ik wil me actief in gaan zetten om de stichting PLN te steunen. 

Ik ben begonnen met een fietstocht. Samen met mijn man heb ik in juni 2024 meegedaan aan een fietstocht om geld in te zamelen voor onderzoek. Er is op die dag 7000 euro opgehaald. Dat dit geld 100% wordt uitgegeven aan onderzoek is extra motivatie om vaker mee te gaan doen aan acties om geld in te zamelen.  

2025

Dit jaar doe ik mee aan de tikkende klok challenge en loop ik de slow marathon op 14 september op het circuit van Zandvoort. Ik heb een team van 5 personen, waaronder mijn jongste dochter die drager is. Ik hoop dat mensen heel veel gaan doneren, er is geld nodig om mensen te kunnen redden. Maar ook, om mensen te vinden die PLN hebben maar het niet van zichzelf weten.

Wilt u mij steunen tijdens mijn loop? U kunt doneren op Doneer voor PLN




Meer weten? 

Lees alles over PLN op de website van de stichting. De website is vrij uitgebreid en geeft antwoord op veel vragen. 

Klik HIER om naar de website van Stichting PLN te gaan.  















woensdag 23 december 2020

Kerst 2020

 We naderen het einde van een heel gek jaar. Een jaar met een onverwachte wending voor iedereen omdat er opeens een virus opdook, Covid-19. Het zette de hele wereld op zijn kop! In deze decembermaand wil ik mijn kerstgedachte van dit jaar met jullie delen. 



Photocredit Michael Fenton


Het is weer tijd voor een huisbezoek bij mw. T. Elke 6 a 8 weken ga ik op bezoek om te kijken hoe het met het echtpaar gaat. Met mw. vanwege haar Alzheimer en met dhr. vanwege de overbelasting waarmee hij te maken krijgt omdat hij voor zijn vrouw zorgt. 

Het echtpaar T. heb ik zo'n anderhalf jaar geleden leren kennen. Zij maakten beiden vanaf het eerste moment heel veel indruk op mij. Tijdens de eerste ontmoeting viel mij vooral op hoeveel liefde deze twee mensen voor elkaar voelen en met elkaar delen. 

Terug naar anderhalf jaar geleden

Ik bel aan en een vriendelijke dame met een verlegen glimlach doet open. Achter haar staat een grote, statige man die mij met een warme blik welkom heet. Ik krijg vrijwel meteen een kopje koffie aangeboden en de sfeer is direct ontspannen. Ik vraag van alles en krijg op alles uitgebreid antwoord. Mw. heeft Alzheimer, maar het gaat allemaal nog heel goed. Ze is wat vergeetachtig maar ze doen alles samen en vullen elkaar waar nodig aan. Ze zitten naast elkaar, hij slaat zijn arm om haar heen en zij pakt liefdevol zijn hand. Af en toe kijken ze elkaar aan, in mijn gedachten vergelijk ik ze met tieners en hun puppy love. 

Na de koffie krijg ik een rondleiding door hun huis. Er staat een prachtige Jukebox uit de jaren vijftig. Ik kan het net laten om op die knopjes te drukken, maar mijn handen jeuken. Ik hou van nostalgie. 
Ik mag ook boven kijken, mw. laat mij alle kamers zien. Het valt mij op dat in de slaapkamer een vrij smal   bed staat, ietsjes groter dan eenpersoons. Ik concludeer dat ze niet meer samen in een bed slapen, wat ik wel vaker meemaak bij oudere stellen waarvan een van de twee ziek is. 

Eenmaal weer beneden aan de eettafel zie ik allemaal mooie afbeeldingen en lieve teksten aan de lamp hangen. Dhr. legt uit dat elke afbeelding of stukje tekst een speciale betekenis heeft. Alles staat op een of andere manier symbool voor liefde. Liefde voor elkaar, liefde voor de kinderen, liefde voor de kleinkinderen, liefde voor vrienden, liefde voor de medemens, liefde voor de natuur, liefde in het algemeen. We praten over de liefde. Ze kijken eerst elkaar aan en daarna met een ondeugende blik naar mij. "Je hebt het bed boven gezien he?, daar slapen we al bijna 50 jaar samen in!". Ik weet niet wat ik hoor!. Kun je zoveel van iemand houden dat je bijna 50 jaar lepeltje lepeltje een een smal bed slaapt? Ja, dat kan dus. En dan gaat hij verder met zijn verhaal "Wij ontbijten ook al bijna 50 jaar samen in dat bed, daar komt niets tussen. Pas als we samen in bed ontbeten hebben staan wij op". 




Terug naar gisteren

Vandaag is het ook weer mw. die de deur open doet, zoals altijd eigenlijk. Ze lacht vrolijk, maar verbaal komt ze niet verder dan "hallo". Ik heb het idee dat ze mij wel herkent, ze is inmiddels gewend aan mijn bezoekjes. 
Photocredit Guilian Fremaux


Als ik de woonkamer binnen kom galmt er muziek uit de Jukebox! Dhr. heeft het alvast aangezet voor als ik zou komen, hij had al eens beloofd dat ik er een keer naar zou mogen luisteren. Ik krijg, zoals altijd, koffie aangeboden. Ik ga op de bank zitten, op afstand want het virus dat de wereld in zijn greep houdt is ook van invloed op de huisbezoeken. Dhr. zorgt dat mw. ook op afstand blijft. Ze vindt het echter moeilijk om te blijven zitten. Haar Alzheimer heeft haar in de greep en ze wil vooral weg, ergens heen zonder te weten waar naartoe. 

Terwijl mw. wat onrustig heen en weer loopt vertelt dhr. hoe het met hem gaat. Hij vindt het steeds zwaarder worden. Binnenkort zal mw. naar een dagopvang gaan om dhr. wat lucht te geven. Als ik begin over eventueel inschrijven in een verpleeghuis dan wil hij daar nog niets van weten. 

Mw. gaat naast hem zitten. Ze heeft de sfeer opgevangen en voelt haarfijn aan dat haar man haar nodig heeft. Ze houden elkaars hand vast. Alzheimer heeft veel aangetast, maar niet hun liefde voor elkaar. 

Dhr. vertelt dat ze niet meer samen in bed kunnen ontbijten, dat vindt hij moeilijk om te accepteren en hij is  erg van slag ervan geweest. Ze eten nu wel samen beneden aan tafel, maar dat is niet hetzelfde. 

Terwijl we praten klinkt er kerstmuziek uit de Jukebox. De Wiener Sängerknaben met Oh du Fröliche. Het brengt mij in gedachten terug naar mijn kinderjaren, de kerstmuziek uit mijn jeugd. Ik wordt wat nostalgisch, beetje weemoedig. Mijn laatste kerst met mijn ouders is inmiddels 42 jaar geleden. Ik verman mezelf om niet mee te gaan in het gevoel van gemis. Er zijn ergere dingen in het leven, ziek zijn bijvoorbeeld. Of geen ouders meer hebben omdat ze overleden zijn. 

Dat ik op deze dag op huisbezoek ben, zo vlak voor Kerst, is geen toeval. Ik heb het expres zo afgesproken omdat dit echtpaar elk jaar meer dan 300 kerststallen in huis heeft. Het is elk jaar een soort museum waar ik mijn ogen uit kijk. Elke kerststal heeft een eigen verhaal. Mw. wil er van alles over vertellen, maar komt niet uit haar woorden. Dhr. gaat bij haar staan, hand in hand helpt hij haar om haar gedachten te verwoorden. Samen vertellen ze verschillende verhalen over de kerststallen, waar ze vandaan komen en hoe zij eraan gekomen zijn.

Deze twee mensen zijn zo'n twee-eenheid, een voorbeeld voor velen als het gaat om houden van, om respect, om elkaar accepteren zoals je bent. Als iedereen zo in het leven zou staan zoals dit stel dan zou er overal vrede zijn, zouden oorlogen niet bestaan en zou iedereen blij door het leven gaan. 

Mw. is ondertussen zo onrustig geworden dat ze eigenlijk wil dat ik wegga zodat ze kan gaan wandelen. Als ik zeg dat ik naar huis ga zodat zij op pad kan kijkt ze mij blij aan en zegt: "Jij bent lief". Ik zeg dat ik over een paar weken wel weer terug kom. Dat mag.

Vlak voor ik weer vertrek krijg ik een kerstkaart in mijn handen gedrukt. Een kerstkaart met daarin een verhaal. Een verhaal geschreven door de kleindochter. Ook weer zoiets bijzonders. Ik neem het dankbaar aan. 
Ik ga de deur uit en roep: "Ik ben jaloers op die jukebox!" "Dat mag", aldus dhr. 

In de auto kom ik tot de conclusie dat er maar twee dingen belangrijk zijn in het leven: Liefde en gezondheid. Deze mensen hebben wel de liefde, heel veel liefde, maar helaas niet de gezondheid. Ik word verdrietig bij de gedachte dat dhr. op een dag afscheid zal moeten nemen van zijn grote liefde. Dat er een dag gaat komen dat hij helemaal alleen in het eenpersoonsbed zal moeten slapen.

Mijn conclusie, mijn kerstgedachte: Liefde en gezondheid hebben we nodig. Niet al die kilo's eten en al die dure cadeaus. 
Dit jaar kunnen we kerst niet vieren zoals we zouden willen, maar we kunnen wel van elkaar houden en voor elkaar zorgen. 

Fijne Kerstdagen allemaal en stay safe!



Monika Eberhart 



dinsdag 24 maart 2020

En dan zit je opeens vast in Peru

Peru, mijn thuisland. Mijn moeder woont al 51 jaar in dit land. Door omstandigheden kan ze mij niet meer bezoeken dus ga ik bij haar op bezoek. Zo ook dit jaar. Om haar te helpen. Als ik hier ben kan ik beter zien wat ze nodig heeft. En omdat ze jarig was! Altijd fijn om dat bloemetje toch zelf te kunnen geven. 

Ja er was Corona in Europa toen wij (mijn vriend en ik) op reis gingen. Nee er was geen negatief reisadvies. In Peru was er nog niets aan de hand. Toen wij hier aankwamen was er een besmet persoon in Peru. Op het vliegveld werd je niet nagekeken, er werd geen koorts gemeten. Niets wees er begin maart op dat wij hier vast zouden komen te zitten.

We kwamen in Trujillo aan en we gingen de dag daarna drie dagen de bergen in naar het dorpje waar ik als kind opgegroeid was. Vrienden van vroeger namen ons mee. Een fantastische trip vol jeugdherinneringen. Na 45 jaar weer in je ouderlijk huis rondlopen op een hoogte van 3800 meter was een hele unieke ervaring.

Na terugkomst in Trujillo vooral bezig geweest met tijd en aandacht te geven aan mijn moeder. Een mobiele telefoon voor haar geregeld (haar eerste) om makkelijker met familie in Nederland te kunnen communiceren en om haar in de familie app toe te kunnen voegen.
Haar verjaardag gevierd, haar mee uit eten genomen en haar vooral opgevrolijkt in haar soms eenzame bestaan hier.

23 maart zouden wij teruggaan naar Nederland. Toen we hoorden dat er maatregelen aan zaten te komen i.v.m. De Corona hebben wij meteen onze vlucht vervroegd naar 18 maart. Op 15 maart kwam de president met de mededeling dat vanaf 16 maart het land op slot zou gaan voor de duur van twee weken. Geen tijd meer om te vertrekken.

16 maart
Alles dicht, alles stil! Wij zitten gelukkig in een hotel waar ook de eigenaar en zijn familie woont. We zijn de enige gasten en zij zorgen heel goed voor ons. Alleen mogen wij van hen niet de straat op. We zitten letterlijk opgesloten. Maar we zijn veilig, hebben een goed bed en eten en drinken. Wel allebei last van onze maag en darmen. Zal met ander eten en zenuwen te maken hebben.
Gelukkig spreek ik vloeiend Spaans en ken ik dit land en de cultuur, mentaliteit. Daarom houden wij ons streng aan de opgelegde regels.

We hebben ons in de laatste dagen overal geregistreerd waar het maar moest. Ambassade, Peruaanse overheid, Nederlandse overheid en we zijn lid van de Peru lockdown groep waar heel veel mede gestrande Nederlanders in zitten.

Onze kinderen, familie en vrienden leven volop mee. Wij moeten hier wachten tot we door repatriëring opgehaald worden. Door de vele beperkingen in dit land is niet bekend wanneer dit zal zijn. Er mag hier op het militaire vliegveld maar een vliegtuig per dag landen om toeristen op te halen. Daarbij eist de president dat we na aankomst in Lima binnen twee uur in een vliegtuig het land uit zitten. Dit is logistiek wel en dingetje, de Nederlanders zitten verspreid door heel Peru. Overheden in Europa moeten in deze samenwerken.
Wij proberen de dagen te slijten door in het hotel te helpen, wasjes te doen, films kijken, uren op de telefoon zitten, spelletjes te doen enzovoorts.

En mijn moeder? Zij woont hier om de hoek en komt af en toe op bezoek en brengt dan iets uit de winkel mee. Ze mag maar tot aan het hek komen. Nu kunnen we elkaar nog af en toe zien, aanraken mag niet. En dan komt straks het moment dat wij eindelijk terug mogen. Dan laat ik haar weer achter in een arm land waarvan ik hoop dat hier geen Corona epidemie komt......

Vandaag maakte ze een foto met haar nieuwe mobiel.


dinsdag 19 juni 2018

Ik moest huilen, omdat het mensonterend is

Ik werk in de zorg, op een dagactiviteitencentrum voor mensen met dementie. Bijna elke dag is het er leuk, gezellig, vrolijk en ben ik dankbaar dat ik met deze mensen mag werken, dat ik ze een leuke dag mag bezorgen. Maar vandaag was het een hele verdrietige dag. Vandaag moest ik machteloos aanhoren hoe mensonterend de zorg in Nederland ook kan zijn. 


Dit verhaal gaat over Karel

Karel is 84 jaar en komt al jaren wekelijks bij ons op bezoek. De laatste jaren komt hij twee keer per week. Karel is onze Archie (Bunker) van de groep. Hij houdt van mopperen, niets is goed en iedereen is stom en raar. Maar Karel krijgt ook een grote glimlach op zijn gezicht als hij uit de bus stapt en ons bij de deur ziet staan. Karel geeft ook wel eens een complimentje. Karel maakt ook grapjes. Hij is dol op onderonsjes met de andere mannen van de groep. Hij wijst met plezier naar de dames met de lekkere kontjes en zwaait naar buiten als er een "lekker ding" langs komt. Karel is gewoon Karel, een getrouwde man met kinderen. Zo'n mopperaar met een hart van goud, u kent ze vast wel dat soort mannen. 

Eind vorige week bleek het niet zo goed te gaan met Karel en moest hij in het ziekenhuis opgenomen worden. Zijn vrouw liet ons weten dat ze niet wist hoe lang het zou duren, maar zodra hij thuis zou komen zou ze het laten weten. 

Vandaag belde de vrouw van Karel weer en ze vertelde dat hij niet meer terug zal komen. Karel ligt nog in het ziekenhuis, maar zal daarna opgenomen worden in een verpleeghuis op een gesloten afdeling. Ik vroeg aan haar hoe het nu met hem gaat (had ik dat maar niet gedaan). 

Mw. vertelt dat haar man de weg kwijt is en dat hij onhandelbaar is voor het personeel van het ziekenhuis. Ze hebben haar toestemming gevraagd om hem vast te mogen binden. Dit heeft ze gegeven (zonder te weten wat de gevolgen zouden zijn vermoed ik zo). Met deze toestemming heeft het ziekenhuis ervoor gekozen om Karel 12 uur per dag vast te binden in een rolstoel! 12 uur lang!!!! Karel die zo graag vrij en zelfstandig is, die zo lekker eigenwijs zijn eigen gang wil gaan. De man die bij ons zonder begeleiding naar het toilet ging, de man die zelfstandig zijn broodtrommel uit zijn tas haalde en op tafel legde. Karel zit vastgebonden en om het leed te verzachten zet het personeel de rolstoel zo neer dat hij naar de konijntjes kan kijken. 



Ik kan mijn oren niet geloven, ik krijg overal kippenvel en begin aan de telefoon te huilen. Het kost me moeite om dit niet aan mw. te laten merken. Om naar de konijntjes te kijken???? Karel houdt helemaal niet van konijntjes! De playboy moet je voor hem neerleggen en je moet iemand regelen die hem aandacht geeft, iemand die hem kent, iemand die gesprekken met hem voert en hem gelijk geeft ook al heeft hij dat niet. Waarom belt zo'n ziekenhuis niet even naar ons op om te vragen hoe wij met hem omgingen? 
Zijn vrouw vertelt dat ze het wel voor elkaar gekregen heeft dat hij los mag als zij bij hem op bezoek is. Goh, hij mag af en toe los wat een eer! 

Nadat ik het gesprek heb afgesloten laat ik de tranen maar even gaan. Ik visualiseer hoe Karel 12 uur lang vastgebonden zit in een rolstoel, maar het gaat mijn voorstellingsvermogen te boven. Mijn vriend Karel met wie ik zoveel gelachen heb, die ik zo vaak samen met mijn collega's blij wist te maken met aandacht en begrip. Karel die zei dat hij nooit bier dronk, maar oh zo kon genieten als we het toch gaven. Het is niet eerlijk! Niemand mag zo lang vastgebonden worden. Zelfs dieren doe je dit niet aan. 

Ik kan niets voor Karel doen, alleen dit verhaal delen en hopen dat mensen die de opdracht tot vastbinden uit moeten voeren zo wijs zijn om daar tegen te protesteren. 

Ik dacht dat vastbinden niet meer van deze tijd was, maar blijkbaar is het toch de makkelijkste oplossing. Makkelijker dan investeren in personeel dat weet, of leert, hoe ze om moeten gaan met mensen met dementie. 

Zou bovenstaande ook een gevolg zijn van de bezuinigingen in Nederland? Ik hoop het niet, maar ik vrees het ergste.........

Tegen Karel wil ik alleen maar zeggen: Geef op, dan ben je weer vrij. 


Monika Eberhart 


Photo by Atik sulianami on Unsplash

zondag 14 januari 2018

Zuster u heeft meer tijd nodig voor administratie dan voor de klant

Sinds een paar weken werk ik weer in de wijk als verzorgende IG. Als tweede baan een paar dagen per maand. Het is spannend, heel spannend. Al die nieuwe regeltjes, kan ik daar wel mee omgaan? 


Na een aantal jaar ben ik weer begonnen met werken in de thuiszorg als verzorgende. De eerste keer dat ik weer alleen een route moest lopen was ik zenuwachtiger dan ik had verwacht. Zou ik bij iedereen op tijd zijn? Zou ik elk adres in een vreemde stad weten te vinden? Gaan mensen me binnenlaten? Gaat het me lukken om met de telefoon te rapporteren? Kan ik die voorbehouden handelingen wel zonder de begeleiding naast me? Ga ik geen fouten maken? Vergeet ik geen sleutels? Wat als ik autopech krijg?..........

Ik ben nu een paar weken, en een paar routes, verder en het is me gelukkig meegevallen. Even wennen aan het feit dat ik in een uniform over straat loop en dat iedereen je dan zuster noemt. Maar verder is het eigenlijk een feestje om weer zoveel voor mensen te mogen betekenen die zorg nodig hebben.

Zuster u heeft meer tijd nodig voor administratie dan voor de klant

Het meest gehoorde zinnetje in de afgelopen weken was: "Zuster, u heeft meer tijd nodig voor de administratie dan voor de klant". Elke keer als een cliënt deze woorden hoor uitspreken krijg ik een steek. Ik ervaar nu elke keer weer de gevolgen van die suffe bezuinigingen en onnodige regels.

Dhr. Bruinsma

Zo kwam ik afgelopen zaterdag bij dhr Bruinsma. Op oudjaarsdag was ik daar ook geweest, toen moest ik nog zorg leveren aan dhr. en mw.  Afgelopen zaterdag was het alleen nog maar dhr. Zijn echtgenote was een paar dagen ervoor overleden en zaterdag zou ze begraven worden.

Als ik binnenkom zie ik daar een oude man met diep, diep verdriet voorovergebogen aan tafel zitten. Ik hoef hem alleen maar te helpen met zijn steunkousen aan te doen en heb daar precies 10 minuten de tijd voor (wat natuurlijk makkelijk haalbaar is).
Ik geef dhr. een hand en condoleer hem met het verlies van zijn vrouw. Hij blijft mijn hand vasthouden en begint vrijwel meteen te huilen. Ik ga bij hem zitten, blijf zijn hand vasthouden en vraag wat er gebeurt is.
Hij vertelt huilend zijn verhaal, hoe zijn vrouw toch heel onverwacht is overleden en dat  ze 61 jaar getrouwd waren. Vorig jaar hadden ze nog een groot feest gehad ter ere van 60 jaar huwelijk. Hij glundert door zijn tranen heen als hij over haar praat. Ik kan het niet over mijn hart krijgen om hem te stoppen omdat we al 10 minuten verder zijn.
Ik besluit om letterlijk schijt (dat mag ik natuurlijk niet zeggen) te hebben aan de regels en kies ervoor om met aandacht naar dhr. luisteren tot hij vindt dat hij klaar is. Pas daarna zeg ik: "zal ik u helpen met uw steunkousen". Hij dept zijn ogen droog en zegt: "Oh ja, daar kwam je voor he?".

25 minuten later verlaat ik het huis van dhr. Een kwartier langer dan toegestaan, maar dat kan me niks schelen. Ik voel onverwachte boosheid. De overheid bepaalt toch zeker niet hoeveel aandacht ik mag besteden aan de mensen waar ik voor moet zorgen?. Luisteren en troost bieden is ook kwaliteit leveren.
Naast boosheid voel ik ook trots en geluk. Trots op mezelf dat ik eigenwijs ben ik gelukkig dat ik iemand voor heel even een fijn gevoel hem mogen geven.

Wat de regels in de zorg ook zijn, als ik voel dat ik er vanaf moet wijken omdat het beter is voor mijn medemens dan zal ik dat altijd doen.

Rust zacht mw. Bruinsma en weet dat uw man heel veel van u houdt.


Monika Eberhart



Photo by Roman Kraft on Unsplash

maandag 4 december 2017

Lang leve het levensboek

Het levensboek kan van levensbelang zijn voor mensen met dementie. Het helpt om herinneringen levend te houden en is een hulpmiddel om tot een gesprek te komen. 


Dhr. Jansen is 75 jaar en heeft vasculaire dementie. Hij bezoekt ons dagactiviteitencentrum twee keer per week. Hij is er altijd op de dagen dat ik ook werk, dus we beginnen een band te krijgen. 

Dhr. Jansen heeft altijd een rugzak bij zich met daarin zijn kleurboek voor volwassenen, kleurpotloden, leesbril en cd's die hij graag luistert als hij aan het kleuren is. 

Vandaag heeft dhr. een dik boek bij zich. Hij laat het met een grote glimlach zien en zegt:' Dit heeft mijn vrouw voor mij gemaakt, dit is mijn geheugen'.  Ik spreek met dhr. af dat we 's middags samen in zijn boek gaan kijken. Hij stopt het terug in zijn rugzak en zet deze naast zijn stoel neer. Hij verliest zijn tas niet uit het oog. 

'S middags, als een aantal mensen naar deel drie van Sissi aan het kijken is, ga ik in een andere ruimte zitten met meneer Jansen en vraag ik of hij zijn boek wil laten zien. Hij komt naast me zitten en legt het boek voor me neer. Een dik wit boek met een mooie roze strik om het dicht te houden. 
Als ik het boek opendoe zie ik dat het helemaal vol zit met foto's en verhaaltjes. 

Het boek begint met het levensverhaal van dhr. Ik lees hoe zijn leven van geboorte tot vandaag verlopen is. Ik lees wat stukjes voor en hij vult het verder voor mij aan. Dhr. vertelt over zijn ouders, zijn broers en zussen, zijn vrouw, zijn banen, verhuizingen en over het werk van zijn vrouw. Hij vertelt ook dat zijn vrouw en hij geen kinderen hebben en dat ze daarom veel gereisd hebben. 'Staat allemaal hierin, kijk maar eens naar de foto's' zegt hij. 

De eerste foto is een babyfoto van dhr. Een schattige zwart/wit foto waarin dhr. vooral aan zijn oren kan herkennen. Ik vergelijk de oortjes van de baby met die van hem, waarop hij zegt: 'Je moet niet naar de oren kijken. Je moet naar de ogen kijken, daaraan kun je iemand altijd herkennen. Aan de blik'.  

Er komen verschillende foto's voorbij. Een foto van een hele knappe man van 24 jaar en daarna trouwfoto's van een trotse man met zijn bruid. Dhr. heeft bij elke foto een verhaal en haalt de ene herinnering na de andere op. 

Als de reisfoto's beginnen dan bloeit dhr. helemaal op. Hij is op de meest interessante plekken op aarde geweest. Van Syrië tot het verre noorden. Bij het aanhoren van zijn verhalen krijg ik gewoon zin om te gaan reizen. Vol passie vertelt hij over zijn avonturen. 

Ik vraag aan dhr. welke plek hij mij aan zou raden voor mijn volgende reis. 'Blader maar even door' is zijn antwoord. Ik kom terecht bij een prachtige foto van water omgeven door heel veel natuur. Dhr. legt zijn vinger erop en zegt uit volle borst:' DAAR moet je naartoe, De Azoren!'. Vol bewondering kijk ik naar de foto en laat het op mij inwerken. Op de foto zie je dhr. zitten die uitkijkt over het water. Volgens dhr. is dat het mooiste plekje op aarde. 
Ik zet het op mijn bucketlist. 



Als wel klaar zijn met het doornemen van het boek strik ik het lint weer dicht en geef het boek terug aan dhr. Hij neemt het boek van mij aan en zegt:' Mijn geheugen. Ik ben zo blij dat mijn vrouw dit voor mij gemaakt heeft'. 

Ik hoop dat dhr. Jansen nog heel lang plezier zal hebben van zijn boek en dat iedereen die met hem te maken zal krijgen in de jaren die komen gaan samen met dhr. in zijn levensboek gaat bladeren. En vooral ook naar zijn verhalen gaat luisteren, zolang hij ze vertellen kan. 

Iedereen met dementie zou een levensboek moeten hebben, het maakt communiceren voor zorgverleners zoveel makkelijker. 


Monika Eberhart 


Photo by Angela Compagnone 

maandag 16 oktober 2017

Seksuele intimidatie

De media raakt voller en voller met berichten over seksuele intimidatie. Beroemde mannen, grote namen, die zich vergrijpen aan vrouwen en hiermee misbruik maken van hun macht.  Dankzij actrice Alissa Milano is #metoo is trending op Twitter. Vrouwen twitteren massaal over seksueel geweld. Ook mijn twitter heeft #metoo gekregen. 




Nee, ik ben geen slachtoffer van seksueel geweld en ik ben ook nooit seksueel misbruikt. Maar ik  heb wel vervelende dingen meegemaakt als het gaat om seksuele intimidatie. Met mij waarschijnlijk heel veel vrouwen op de wereld, zo niet de meeste. Van die kleine dingen waar je niet over praat omdat je denkt dat het niet zo erg is. Maar als je erover na gaat denken (wat je jammer genoeg pas decennia later doet) dan is elke vorm van ongewenste aanraking onwenselijk. 

Ik ben in mijn jonge leven heel wat nagefloten, gepsssst, nagelopen en (per ongeluk) aangeraakt. Dat vond ik niet zo dramatisch, heb er geen trauma aan overgehouden in ieder geval. In wist niet beter of het hoorde erbij. Het begon al toen ik elf jaar was. Wij woonden naast een restaurant, als ik me goed herinner waren er rond het huis meerdere restaurants en elke dag als ik rond half twee uit school kwam zaten er oudere mannen (geen idee hoe oud, maar op die leeftijd vindt je 18 al oud) die dingen tegen me zeiden waarvan ik niet wist wat het betekende. Dat het niet netjes was dat had ik wel door, vieze oude mannetjes. Dit alles onder het genot van de galmende Paloma Blanca van George Baker, dat was toen een grote hit in Zuid Amerika. 

Jaren later, toen ik ergens begin twintig was, ging ik op vakantie naar Zuid Amerika. Er was niets veranderd, er werd nog steeds gefloten, gepssssst, nagelopen en geroepen. 

Toen ik op een dag in een overvolle bus naar de stad ging kreeg ik voor het eerst te maken met ongewenst lichamelijk contact. 

Terwijl ik me probeerde staande te houden in een overvolle bus voelde ik opeens iets hards tegen mijn been duwen, Toen ik omkeek stond daar een man met volle kracht tegen me aan te rijden. Ik heb me omgedraaid en mijn been omhoog gedaan waardoor de man opeens een stukje kleiner werd. Bij de eerst volgende halte stapte hij uit. Toen de bus verder ging begon ik opeens te trillen en werd ik overvallen door angst. Zo tussen tientallen mensen, getuigen, was het dus mogelijk om door een man lastig gevallen te worden. Niemand had iets in de gaten. 
Later leerde ik dat dit soort acties door mannen vallen onder de noemer aanranding. 

Tijdens diezelfde vakantie ging ik een avond op stap met vrienden en kreeg ik van mijn moeder het volgende wijze advies:

' Fijne avond kind. Geniet ervan, maar ga niet de Lambada dansen met vreemde mannen!' 


Tegen elke meisje zou ik willen zeggen: Dans alleen de Lambada met je eigen vriendje. 

Tegen elke jongen zou ik willen zeggen: Nodig nooit een vreemd meisje uit om de Lambada met je te dansen. 


                                                                      De Lambada 



Seksuele intimidatie moet stoppen, elke vorm van ongewenst contact is een no go. 



Monika Eberhart 

zondag 15 oktober 2017

De charme van de broeder

Omdat ik binnenkort weer in de thuiszorg aan het werk wil als verzorgende IG mocht ik vorige week twee routes met collega's meelopen. Tijdens de avondroute mocht ik met 'broeder' Johan mee. 



De route begon om zeven uur. Ik was er helemaal klaar voor. Avondeten en koffie had ik al op en met de dopper en een tussendoortje in de tas gingen Johan en ik op pad. 

Avondroutes in de thuiszorg zijn vaak gezellige routes, dat weet ik uit ervaring. Hier en daar kousen uittrekken, gesprekken voeren over wat er op televisie is, bij de een insuline spuiten en de ander in bed helpen. De diversiteit aan mensen en werk is groot. Dat bleek ook tijdens deze route met Johan. 

Na een aantal gezellige mensen kwamen we bij de dhr. Visser terecht. Dhr. Visser is 97 jaar en woont nog zelfstandig! Een mooie man met een prachtige grijze baard. Volgens Johan wordt hij ook wel de Iglo man genoemd. Persoonlijk vind ik dhr. Visser meer op Lex Goudsmit lijken.

Ik had dhr. Visser een dag eerder tijdens de ochtendroute al ontmoet. Toen was hij vrij stil (net wakker) en liet rustig de nodige zorg over zich heenkomen. 

Tijdens de avondroute trof ik een hele andere meneer Visser aan. Een man met een scherpe geest en geweldige humor.

Het was erg warm bij dhr. in de woonkamer. Johan keek op de thermostaat (25 graden) en we keken elkaar aan en dachten waarschijnlijk hetzelfde. Dit had dhr. meteen door en zei: 'Je hebt er toch niet aan gedraaid he?'.
' Ik zou niet durven! ' zei Johan met een glimlach.
' Dat is je geraden ook, ik bepaal de stand van de knoppen hier want het is mijn huis, als je 97 jaar bent met weinig beweging en vet op de botten dan krijg je het nu eenmaal snel koud'. 
Johan knikt ' U heeft helemaal gelijk!' 
'Nou, dat dacht ik ook', met glunderende ogen en een glimlach. 

Tijdens het innemen van zijn medicatie vertelde  dhr. Visser dat hij last had van vervelende korstjes op zijn oog. Hij zei dat hij het lastig vond om ze weg te krijgen en dat het irriteerde.
- ' Je moet maar eens in je salaris gekort worden als je hier niets aan kunt doen!' aldus dhr. tegen Johan.
- ' Ik zal eens kijken wat ik voor u kan betekenen '
Johan liep naar de keuken en kwam terug met een tube zalf.
- ' Smeer dit maar op de korstjes '
- ' Op mijn oog? '
- ' Doe maar op het randje, waar de korstjes zitten'

Dhr. deed zijn bril af, Johan deed een beetje zalf op zijn vinger en dhr. smeerde dit op de korstjes. Althans, deed hier een poging toe en kwam onder de korstjes terecht, maar dat deed er even niet toe. Hij zette zijn bril weer op en liet het resultaat al glunderend aan Johan zien.
' Helemaal goed. Smeer ook maar wat op het andere oog, daar zitten ook wat korstjes '
Dhr. deed zijn bril weer af en smeerde ook onder het andere oog. Nu had hij twee witte wallen onder zijn ogen. Hij zette zijn bril weer op. Hij zag er tevreden en blij uit.

Johan pakte zijn telefoon om een foto van het resultaat te maken en aan dhr. te laten zien.
- ' Zeg, daar heb ik geen toestemming voor gegeven hé? ' quasi verontwaardigd.
- ' Dat maakt niet uit, kijk maar even hierheen ' Johan en dhr. kennen elkaar duidelijk goed en zijn vertrouwd met elkaar.
Dhr. Visser ging, voor zover mogelijk, rechtop zitten en poseerde parmantig voor de camera. Na een paar mislukte wazige foto's (zo gaat dat met die smartphones, nooit in een keer goed) liet Johan het resultaat zien en dhr. Visser keek tevreden naar het scherm.
- ' Nou, dat is niet slecht! ik val mezelf niet tegen, zie er nog fantastisch uit voor mijn leeftijd. Daar kan ik nog wel een mooie dame mee scoren'. Hij heeft een smile van oor tot oor en kijkt Johan lachend aan.
Ze snappen elkaar.

Deze twee heren hebben duidelijk een 'mannen onder elkaar' contact. Ik zit erbij, kijk ernaar en geniet. Een broeder in de zorg heeft toch een ander contact met mannelijke zorgvragers dan een zuster. Het is een soort "ons kent ons" tussen de heren.

Er waren meer mannelijke cliënten op die avond en bij elke man die we bezochten zag ik hetzelfde ons kent ons contact tussen de broeder en de zorgvrager. Allemaal op hun eigen manier binnen hun eigen beleving.

Ik vind mannen die in de zorg werken een aanwinst voor elke organisatie. Ze zitten toch anders in elkaar dan vrouwen en dat merk je aan de reacties van de cliënten als de broeder binnen komt.
Mannelijke cliënten praten sneller met een broeder over Voetbal en Max Verstappen en de grapjes die ze maken worden sneller begrepen door een "soortgenoot".
Voor dhr. Visser was Johan duidelijk het geniet moment van de dag.


Laten we gaan voor 50/50 in de zorg. Dat lijkt me de perfecte verdeling. Helft mannen en helft vrouwen. En dan heb ik het over de mannen aan het bed en niet de mannen in de directiefauteuils  en aan de bureaus van de raad van besturen. Die voegen niets toe voor de cliënt...........en dat heb ik dan zacht uitgedrukt.


Monika Eberhart 

donderdag 31 augustus 2017

Het zijn de kleine dingen die het doen

Mw. Klein heeft dementie. Een intelligente dame van 74 jaar die al mopperend duidelijk maakt wat ze wil, maar vooral wat ze niet wil. Ze komt één dag in de week naar het dagactiviteitencentrum. Ze komt vrolijk binnen en gaat vrolijk naar huis, maar in de tijd tussen aankomst en vertrekt moppert ze er vrolijk op los. 



Het is buiten 30 graden en binnen is het bijna net zo warm. Niet echt een middag om inspannende activiteiten te doen. We doen rustig aan, lezen uit de krant, vullen met elkaar de kruiswoordpuzzel in, zingen liedjes en kletsen over alledaagse onderwerpen. Allemaal mensen met dementie aan tafel en elk doet op zijn/haar eigen manier mee aan het gesprek. Sommigen vallen in slaap. Ligt natuurlijk aan de warmte.

Het gesprek gaat over ijs. Niet zomaar ijs, maar echt Italiaans ijs. Dat is pas ijs. Als ik vraag wanneer ze voor het laatst ijs gegeten hebben dan weten ze dat niet meer, maar dat ze het lekker vinden weten ze nog wel. De smaak van het ijs ligt vast in hun herinnering. 
Mw. Klein zegt 'Ik kan me niet meer herinneren wanneer ik voor het laatst Italiaans ijs gegeten heb. Ik denk dat het jaaaaaaren geleden is'. 

Dan krijgen mijn collega en ik het idee om Italiaans ijs te gaan halen. Even op de telefoon de dichtstbijzijnde Italiaanse ijssalon opzoeken. Die blijkt dicht in de buurt te zijn. 
We bekijken welke smaken ze hebben, dat zijn er heel veel. De keuze is reuze. Ook een heleboel smaken die voor mensen met dementie vreemd zijn. Wat te doe? gaan we voor vertrouwd (vanille of chocolade) of gaan we voor een wat vreemdere smaak?We wagen het erop en kiezen voor de combinatie appeltaart, kaneel en speculaas.  

Als mw. Klein hoort dat wij van plan zijn om voor iedereen ijs te gaan halen vergeet ze te mopperen. 'Wat doen jullie toch veel moeite om ons een fijne dag te bezorgen' zegt ze welgemeend.
Ik vraag haar hoeveel bolletjes ze wil, een, twee of drie? 'Dan wil er drie' zegt ze. 

Mijn collega gaat op pad en komt een half uurtje later terug met voor iedereen een bakje ijs met drie bolletjes en een wafel. 

Mw. Klein kijkt verliefd naar haar ijs 'Oh wat een feest!'. Ze gaat er goed voor zitten en eet langzaam, volop genietend haar ijs op. De nieuwe smaken vallen goed. Elke keer als ze een paar happen verder is kijkt ze me aan en zegt ze 'wat een verwennerij he?, jullie zijn fantastisch. Bedankt!' 'geen dank hoor, we doen het met liefde' geef ik als antwoord. Als ze me dan aankijkt zie ik tranen in haar ogen. 'Ik kan wel huilen, zo blij ben ik' zegt ze.
Mijn collega en ik kijken elkaar begrijpend aan. Geen woorden nodig.

Als ik later mw. Klein naar de bus begeleid knijpt ze me even in mijn arm en zegt 'Bedankt voor het ijs, jullie weten niet hoe blij ik daarmee ben. Tot volgende week, dan kom ik weer.'.

'Tot volgende week mw. Klein.'

Het zijn de kleine dingen die het doen..........



Monika Eberhart 




donderdag 24 augustus 2017

Het is poep, het is pies en dat is best wel vies

Ze is ergens begin 70 en heeft gevorderde dementie. Ze weet niet meer wanneer ze naar het toilet moet, ze herkent dat gevoel niet meer. Na het middageten help ik haar, zoals gewoonlijk, naar het toilet om te plassen. Vandaag verloopt het echter anders dan normaal. 


Ik mag haar Lotte noemen en hoef geen mevrouw te zeggen. Dat vindt ze niet fijn. Ze luistert ook beter naar Lotte dan naar mevrouw. 
Na het middageten helpen wij Lotte altijd naar het toilet. Vandaag was dat niet anders. Ik geef haar een hand en vraag of ze mee wil gaan. 'Waar gaan we heen?' vraagt ze op een onrustige toon. 'Naar de w.c. om te plassen" geef ik als antwoord. Hand in hand lopen we naar de w.c. Ik doe de deur open en ze vraagt 'moet jij?'. 'Nee, ik hoef niet. Jij mag even gaan plassen als je moet'. Ze wijst naar haar broek en met haar blik vraagt ze of ze die naar beneden moet doen. Ik knik 'doe maar naar beneden'. Ze kijkt om zich heen. Ze lijkt zich af te vragen waar ze moet gaan zitten. Ik snap dat wel.
Wij werken hier met mensen met gevorderde dementie en op die w.c. is alles wit, spierwit. De pot is wit, de bril is wit, de steunen zijn wit, de kast is wit, de muur is wit, de wastafel is wit, de wasmand is wit...... Gelukkig is de vloer lichtgrijs. Dat is dan ook meteen het enige dat een andere kleur heeft. Waarom heeft niemand bij de inrichting van dit toilet bedacht dat mensen met dementie kleurcontrasten nodig hebben om voorwerpen te herkennen? Na ja, het heeft geen zin om daar nu moeilijk over te doen. Het is zoals het is.

Ik help Lotte om op de w.c. te gaan zitten. Ze werkt een beetje tegen en kijkt me angstig aan. Ik houd haar twee handen vast en zeg dat ze kan gaan zitten, dat ik haar vasthoud. Ze gaat zitten. 
Normaal gesproken komt de plas vrijwel meteen, maar niet deze keer. Lotte wiebelt onrustig heen en weer en gaat met haar hand tussen haar benen. Ze grijpt naar achteren en zegt' daar is het'. Ik heb niet meteen in de gaten wat ze aan het doen is. 'Houd maar niet vast, leg je hand maar op je been'. Ze begint op haar buik te duwen en laat me haar schaamhaar zien. Ze trekt aan de haartjes. 'Dat is je schaamhaar Lotte, laat dat maar zitten. Dat zit vast'. Ze gaat weer met haar hand tussen haar benen naar achteren.

Photo by Logan Ripley 
Opeens ruik ik iets. Poep! Lotte's hand komt weer tevoorschijn en er zitten donkere sporen op haar vingers. 'Daar, dat' zegt ze. 'Ik zie het Lotte'. Snel trek ik rubberen handschoenen aan en pak ik Lotte haar hand. Ik maak deze alvast schoon met een nat doekje. Lotte schuift heen en weer op de bril en wil weer gaan staan. 'Blijf nog maar even zitten Lotte, ik denk dat je nog niet klaar bent' zeg ik zo rustig mogelijk. Ik draai de kraan van de wastafel open in de hoop dat ze daardoor gaat plassen. Het lukt. Lotte kijkt tussen haar benen en ontspant. Ze kijkt me droevig, vragend en opgelucht tegelijk aan. 'Het is goed Lotte. Je hebt het goed gedaan. Kom maar staan' zeg ik. Lotte staat op. De bril is niet meer wit en de billen van Lotte zijn besmeurd met ontlasting. In rap tempo maak ik de washand nat met warm water. Ik moet snel zijn want Lotte begint aan haar billen te krabben. Het lijkt te jeuken. 
Terwijl ik haar billen schoonmaak blijkt Lotte nog niet klaar te zijn met het breien van de bruine trui. Een deel komt terecht in mijn hand. Lang leve de handschoen! 
Terwijl ik met mijn neus dicht bij de ongewenste geur hang om Lotte's billen schoon te maken moet ik opeens kokhalzen. Net op dat moment hoor ik Lotte zeggen: 'Ik vind jou lief'. Perfecte afleiding, het kokhalzen houdt meteen op.
Als Lotte weer schoon en fris is vraag ik aan haar of ze haar handen wil komen wassen. Ze weet niet waar ze dat moet doen. De wastafel is wit en Lotte lijkt de wastafel niet te herkennen. De kraan is al helemaal onmogelijk te bedienen. Een moderne kraan met een grote hendel die van links naar rechts gaat. Ik pak haar handen en begeleid ze naar de kraan. Ik doe wat zeep op haar handen en op die van mij. Samen wassen we onze handen. We staan heel dicht bij elkaar, tegen elkaar aan. Opeens op een onverwacht moment krijg ik een kus op mijn wang. Lotte leunt even met haar hoofd tegen mijn schouder en zegt: 'Lief'. Ik smelt.


Handen afdrogen gaat op dit moderne toilet ook niet vanzelf. Het witte vierkante apparaat dat aan de muur hangt is vreemd voor Lotte. Ik trek er een aantal witte papieren vellen uit en droog daarmee Lotte haar handen. Ik controleer meteen haar nagels, of ze nog wel wit zijn. 
Poep en pies. Het is allebei vies, helemaal als het van iemand anders is. Ik zal aan dit deel van werken in de zorg nooit wennen, maar zolang ik in de zorg werk zal ik het blijven doen. Voor Lotte en alle andere mensen met dementie die mijn hulp nodig hebben.

Lotte volgende week gaan we weer samen naar de w.c. 

Monika Eberhart

P.S. Meneer Rutte, komt u ook een dagje helpen? 

dinsdag 8 augustus 2017

Diep geraakt, diep getroffen

Vandaag las ik mijn gedicht "Als" voor op mijn werk. Ik werk met mensen met dementie en zij zijn mijn inspiratiebron. Het gesprek vandaag ging over gedichten. Mevr. X vertelde dat ze vroeger veel gedichten uit haar hoofd moest leren en ze wist er nog een paar op te zeggen. Prachtig om te horen hoe ze op haar 93ste nog zoveel gedichten uit haar hoofd op kon zeggen.  


Terwijl we aan het kletsen waren over gedichten vertelde ik haar dat ik zelf ook gedichten schrijf. Ze vroeg of ik er een voor kon lezen. Even was ik in twijfel, was het wel verantwoord om gedichten over dementie voor te lezen aan mensen met dementie? Uiteindelijk vond ik dat ik het gewoon moest doen, ik zou wel zien wat voor effect het zou hebben.

Ik schraapte mijn keel en probeerde zo duidelijk mogelijk voor te lezen (mevr. X is slechthorend).


Klik op afbeelding om te vergroten


Toen ik klaar was met lezen en van mijn blaadje opkeek zag ik tranen in de ogen van mevr. X. Ze probeerde haar tranen tegen te houden. Ik liet haar eventjes bijkomen.  Ze zei: Wat prachtig! Wie is de schrijfster? Ik vertelde haar dat ik het geschreven had (dat was ze door de dementie weer vergeten). Ze wilde weten of ik nog meer gedichten geschreven had en of ik die dan ook eens voor wilde lezen. Ik beloofde haar om dat volgende week te doen.  

Naast me zat mevr. Y. De tranen biggelden over haar wangen. Met een zakdoek depte ze haar ogen onder haar bril droog. Ik sloeg mijn arm om haar heen en hield haar even vast. Ik bood mijn excuses aan omdat ik haar aan het huilen had gemaakt. Ze zei dat het niet nodig was om sorry te zeggen. Ze herkende zichzelf in mijn woorden en zei dat ik haar gevoel niet beter had kunnen verwoorden. Ze bedankte me voor de herkenning van haar gevoel. Daarna keek ze me aan en waren verdere woorden niet nodig. 

Nu was het mijn beurt om even te slikken. Een groter compliment kon ik niet krijgen. En dat van de mensen die mijn inspiratiebron zijn. 

Monika Eberhart 


vrijdag 28 juli 2017

Waarom werk ik eigenlijk in de zorg? Is het uit empathie of uit egoïsme?

Ik werk in de zorg, met mensen met dementie, en ik doe het met liefde en plezier. Laat dat als eerste gezegd zijn. Ondanks dat vraag ik me wel eens af waarom ik het eigenlijk zo leuk vind om met mensen met dementie te werken. Is dat omdat ik zo'n geweldig empathisch vermogen heb? of gewoon uit egoïsme omdat het mijn ego streelt? 


Ooit werd ik na mijn middelbare school aangenomen voor de opleiding ziekenverzorgende in een ziekenhuis in Den Haag. Twee weken voor ik zou starten bedacht ik dat ik helemaal geen zin had om op zaterdag en zondag te werken. Ik heb toen de opleiding afgeblazen en ben gaan werken als huishoudelijke hulp in de thuiszorg. Hoefde ik alleen maar van maandag t/m vrijdag en ook nog eens halve dagen. Ideaal! (vond ik toen). 

Na jaren werken als huishoudelijke hulp heb ik toch voor de opleiding verzorgende gekozen. Eerst IG en daarna MMZ. Werken in het weekend vond ik inmiddels geen probleem meer en wisselende diensten was ook prima.

Vanaf mijn allereerste werkdag heb ik met mensen met dementie gewerkt, het is gewoon op mijn pad gekomen zonder dat ik daar bewust voor gekozen heb. Blijkbaar was er iets waardoor ik geschikt was om met deze doelgroep te werken.

Na al die jaren werken met mensen met dementie vraag mij af wat mijn drijfveer is. Waarom kies ik ervoor om met mensen te werken die soms elke drie minuten dezelfde vraag stellen? Die niet meer weten hoe het toilet werkt en muren en deuren met ontlasting besmeuren. Die niet meer willen eten omdat ze niet weten hoe het moet. Die honderd keer per dag de code van de deur proberen in te toesten omdat ze naar huis willen. Mensen die mij wanhopig en smekend aankijken en lijken te vragen of ik hun zorgen weg wil nemen.
Hoe kan het dat ik elke keer weer het geduld heb om elke drie minuten antwoord te geven op steeds weer dezelfde vraag? Als thuis een van mijn dierbaren een vraag stelt die mij irriteert reageer ik vaak onredelijk. Niks geduld. Maar bij mensen met dementie lijkt het wel of ik een ander mens ben. En als mijn geduld wel eens opraakt (ik ben ook maar een mens) dan kan ik mezelf redelijk snel herpakken. Beetje humor hier en een beetje muziek daar en ik heb weer energie.

Het kan toch niet alleen maar empathie zijn die ervoor zorgt dat ik engelengeduld heb? Ik denk dat zorgen voor mensen met dementie ook ergens mijn ego streelt. Het feit dat ik in staat ben om de persoon met dementie gerust te stellen en blij te maken doet meer met mij dan met die ander. Het geeft een gevoel van onmisbaar zijn en blijkbaar is dat een lekker gevoel.
Het is een soort macht die je voelt (in de positieve zin). De ander is afhankelijk van mij om zich goed te voelen en dat zorgt er dan weer voor dat ik me goed voel.

Ze zeggen wel eens dat werken in de zorg een roeping is en dat het altijd met liefde gedaan wordt. Is dat zo? Ja dat is zo, maar ik denk dat het ook een stukje egoïsme is. Niet omdat je dan lekker veel geld verdient (dat is alleen weggelegd voor de CEO's) maar omdat het zo lekker voelt om nodig te zijn. Dat blije gevoel dat je krijgt als je de ander met kleine dingetjes gelukkig maakt, daar doe je het voor.

Dus om te kunnen werken in de zorg, met name de zorg voor mensen met dementie, moet je empatisch zijn en ook een beetje egoïstisch. Het moet je iets opleveren anders houdt je het niet vol. Niemand wil iets voor een ander doen zonder er iets voor terug te krijgen. Van mensen met dementie krijg je vooral heel veel dankbaarheid terug. Dankbaarheid die je moet kunnen zien omdat ze het niet altijd uitspreken. Dus je moet ook goede ogen hebben. Sterker nog, je moet goed werkende zintuigen hebben. Vaak communiceer je met mensen met dementie via je zintuigen.

Hoe dan ook.....






Monika Eberhart

Photo by Jake Thacker on Unsplash