donderdag 6 juli 2017

Als je in mijn land bent dan moet je mijn taal spreken


Ik reisde laatst weer eens met de trein. Het was een korte rit van ongeveer 20 minuten.
Het leuke aan de trein is dat je meer meemaakt dan wanneer je alleen in de auto aan het reizen bent. Zo ook deze keer. 




De trein staat stil op een tussenstation op weg naar mijn eindbestemming. Ik kijk naar buiten en zie daar een jonge dame staan die op het punt staat in te stappen. Ze komt bij mijn stoel staan en vraagt of ze daar mag zitten. Ze vraagt het in het Nederlands dus ik ga er vanuit dat ze de taal spreekt. Natuurlijk mag ze daar zitten. 

Aan de overkant van het gangpad, aan haar kant (ik zit bij het raam) gaat een oudere heer zitten. 
Als we weer gaan rijden begint dhr. met de jonge dame te praten, in het Spaans. Ik maak eruit op dat ze elkaar al op het perron gesproken hebben. Hij legt aan haar uit dat ze op Rotterdam Centraal uit moet stappen en dat ze daar met de snelle trein verder kan reizen naar Amsterdam. Ze bedankt hem hartelijk voor zijn hulp. 

Na een paar minuten stilte begint dhr. weer te praten. Hij vertelt aan de jonge dame dat hij uit Suriname komt en dat hij het zo leuk vindt om met mensen te kletsen in het Spaans. Dit omdat hij de taal in schrift zo goed beheerst, maar praten lastiger is en hij dat wil oefenen. Persoonlijk vind ik dat hij het prima doet. 
De jonge dame luistert naar zijn relaas over zijn leven en knikt af en toe instemmend. Hij vertelt haar dat hij altijd de taal spreekt van het land waarin hij zich bevindt. Hij vertelt er niet bij om welke landen het gaat. Als opgroeiend kind in Suriname heeft hij in ieder geval Nederlands, Spaans en Engels geleerd. 
Dhr. legt aan het meisje uit dat het belangrijk is om je aan te passen aan het land waarin je leeft. Dat je dus Nederlands moet leren als je in Nederland bent en b.v. Spaans als je in Spanje bent. (arme Nederlandse toeristen, die komen vaak niet verder dan una cerveza por favor). 

De jonge dame blijft beleefd antwoord geven, wel zo kort mogelijk. Ik krijg het idee dat ze niet zoveel behoefte heeft aan een uitgebreid gesprek, ze wil vooral contact maken met de wifi in de trein maar uit beleefdheid laat ze haar telefoon op haar schoot liggen. 
Dhr. laat haar nogmaals nadrukkelijk weten dat je altijd de taal moet leren van het land waarin je woont en dat je die taal dan moet spreken. Hij zegt dat ze Nederlands moet leren. 

Na weer een korte stilte zegt hij "Waarom spreek je geen Nederlands als je in mijn land bent?" De jonge dame kijkt hem wat onzeker aan en na enig aarzelen zegt ze "I am a tourist here, this is my third day in The Netherlands".
  
Toen werd het wat langer stil. 

Ik fluisteren in haar oor:" Holandes is muy difícil y acá todo el mundo habla Ingles". Ze glimlacht. 



Monika Eberhart 

Photo by Soroush Karimi on Unsplash

donderdag 4 mei 2017

Dodenherdenking, we moeten blijven herdenken

Vandaag ben ik voor het eerst van mijn leven aanwezig geweest bij een dodenherdenking. Ik woon al ruim 36 jaar in Nederland, maar had nooit de moeite genomen om naar een herdenking te gaan. Vandaag dus wel en ik was onder de indruk. 


Je kunt elk jaar de dodenherdenking op televisie kijken en twee minuten stil zijn, maar vandaag ben ik erachter gekomen dat als je met een grote groep mensen samen herdenkt dat je dan pas echt voelt wat er herdacht moet worden. Of wat je zelf wilt herdenken. 


Het was mooi om te zien, al die verschillende soorten mensen met hetzelfde doel op een plek bij elkaar. Zwart, wit, geel, met en zonder hoofddoek, jong, oud, groot, klein, alles was vertegenwoordigd. Niemand is anders, we zijn allemaal gelijk. 

Tijdens de twee minuten stilte maakt mijn brein in rap tempo een tijdreis en vervolgens een wereldreis. Eerst ga ik naar een tijd waarin ik nog niet bestond, de jaren veertig. Een tijd waarin zes miljoen Joden vermoord werden door medemensen. Ik ben een gelukkig mens dat ik niet in die tijd geleefd hebt. Meteen daarna zie de oorlogen en ruzies in het Midden Oosten voor me, de ellende in Syrië, de drama's in verschillende Afrikaanse landen, de beperkingen in Turkije, de opstand in Venezuela. Teveel plekken, teveel ellende, ik wil ze liever niet allemaal bezoeken.

De twee minuten zijn om. 



Na de stilte klinkt het Wilhelmus. Ik voel tranen opkomen. Waarom raak ik toch altijd ontroerd als ik het Wilhelmus hoor? Ik kan het eerste couplet goed meezingen, maar als het tweede couplet begint haak ik af.  Geen idee wat ze aan het zingen zijn. Tot overmaat van ramp kent de mevr. naast mij de hele tekst foutloos! Dan maar de melodie op me in laten werken. Voor 4 mei 2018 zorgen dat ik het tweede couplet ook ken.



De hele herdenking duurt zo'n half uurtje. Een half uurtje per jaar stil staan bij alle oorlogsslachtoffers sinds de tweede wereldoorlog (niet echt veel). Niet alleen de slachtoffers van toen maar dus ook van alle oorlogen daarna en van de oorlogen die nog actueel zijn herdenken.

Dagelijks vallen er doden ten gevolge van oorlog en ruzies. En het meest trieste is dat het mensen zijn die het elkaar aandoen. Mensen die na kunnen denken over wat ze doen, maar die blijkbaar ergens op hun levenspad hun geweten kwijt geraakt zijn en vinden dat je met oorlogvoering kunt krijgen wat je toekomt. 





Nu zit ik thuis in mijn kleine knusse huisje. Kaarsjes aan, een warm kopje thee en mijn laptop op mijn schoot om mijn verhaal te tikken. 

Wat een rijkdom. Je hebt niets nodig, als je vrijheid hebt dan ben je rijk, heel rijk.

Ik voel een golf van warmte door me stromen. Ik ben een gelukkig mens, ik mag leven in een land waar vrede is en waar ik de vrijheid heb om mezelf te zijn. 

Ik heb een dak boven mijn hoofd, stromend water uit de kraan, licht, verwarming, eten, drinken. Ik leef in luxe en zekerheid. Iets wat de hedendaagse slachtoffers van oorlogen niet kunnen zeggen. 



Vrijheid is geen vanzelfsprekendheid en daarom is het naar mijn mening belangrijk om stil te blijven staan bij de offers die mensen gemaakt hebben en nog maken voor vrijheid. 



We moeten onze kinderen leren dat de wereld groter is dan ons eigen cirkeltje waarin we ronddraaien. Dat de oorlogen elders ook ons aangaan. Dat we onze vrijheid niet cadeau gekregen hebben, dat mensen daarvoor gestorven zijn.

De tweede wereldoorlog, we willen het niet nog eens meemaken. Wij niet, maar laten we niet vergeten dat een paar uur vliegen hier vandaan mensen leven die het nog steeds meemaken.


Vrede is nog lang niet in zicht

Ik herdenk, ik denk

Ik zet het op papier

in de vorm van een gedicht.




Monika Eberhart 














dinsdag 25 april 2017

Pijn, het is gewoon nooit fijn.


Als je elke dag pijn hebt dan is het leven anders dan wanneer je pijnloos de dagen doorkomt. Velen zullen het met mij eens zijn, maar mensen die er geen last van hebben kunnen zich vaak niet voorstellen hoe het is om met pijn te moeten leren leven. 


Er was een tijd, jaren geleden, dat ik moest leven met dagelijkse rugpijn. Elke dag pijn, vooral tijdens het zitten. Als je pijn hebt tijdens het zitten kom je er pas achter hoe vaak je zit en hoe belangrijk zitten is. 
Alleen liggen op de rug met de benen steunend op de zitting van een stoel was ontspannend en heel soms pijnloos.

Wakker worden met pijn en gaan slapen met pijn. Ik had toen nog jonge kinderen die zorg nodig hadden. Heb heel wat tranen gelaten en heel wat keren de arts opgezocht om van de pijn verlost te worden. Fietsen was volgens de dokter de oplossing, gewoon elke dag fietsen en het zou na drie maanden voorbij zijn, maar helaas. 

Allerlei therapieën heb ik gehad. Fysiotherapie, cesartherapie, mensendieck en zelfs de chiropractor heb ik aan mijn rug laten trekken, duwen en rukken.  Niets hielp en de pijn bleef.
Uiteindelijk kwam het op het punt dat ik verlamd raakte en niet meer kon lopen. Toen was de diagnose snel gemaakt en werd ik binnen twee maanden aan mijn hernia geopereerd. Ik bleek dus een rughernia te hebben. 
Meteen na de operatie was ik van mijn pijn verlost! Na zes jaar 24 uur per dag pijn was het voorbij, en oh wat was ik blij. Ik kon alles weer en verheugde me op een leven zonder pijn. Ik kon weer bukken en gewoon zonder pijn mijn veters strikken. Wat een opluchting! en waarom hebben ze me niet jaren eerder geholpen? Nou oké, het verleden is onomkeerbaar dus ik kijk vooruit. Nooit meer pijn, toch?

Een klein jaar na mijn operatie begon ik last te krijgen van mijn rechter arm. Vanaf mijn hand tot mijn schouder.  Ik kon steeds minder met mijn arm doen, alles deed pijn. Op het laatst kon ik niet eens meer een sleutel in een slot omdraaien. Het gevolg was dat ik me ziek moest melden op mijn werk  en op zoek moest naar therapie voor mijn arm, maar vooral voor mijn hand. 
Uit de foto's die van mijn pols gemaakt werden bleek dat er slijtage zit in de pols waardoor er bij overbelasting een ontsteking ontstaat en dat doet pijn. Overbelasting ontstaat al snel, daar hoef je de pols alleen maar voor te gebruiken.
Naar de fysiotherapie voor de hand. Tijdens de therapie bleek dat er bijna geen kracht meer in mijn rechter hand zat. Rust en oefeningen zou de kracht weer terugbrengen. Dat gebeurde ook, maar wel met pijn. 

De pijn in de arm en de schouder bleek te komen door verharding van de spieren ten gevolge van de langdurige hernia. De hele rechterkant van het lichaam was altijd onder spanning geweest om de pijn aan de rug te ontspannen. Anders lopen en anders bewegen heeft de spieren zodanig beïnvloed dat het nooit meer voor 100% zal herstellen.

Nu, jaren later, leef ik weer 24 uur per dag met pijn. Het pijnlijke gevoel zit in de hele rechterkant van mijn lichaam, vanaf mijn oor tot aan mijn kleine teen. Gelukkig is het houdbare pijn en kan ik ermee functioneren. De meeste pijn zit in de rechterarm.

Ik vind de pijn niet ernstig genoeg om er elke dag mee bezig te zijn, of er dagelijks over te klagen, of er überhaupt over te klagen. Ik leef mijn leven, doe mijn werk en houd me bezig met de dingen die leuk vind. Het is te doen.
Ik vergelijk mijn eigen klachten al snel met mensen die het slechter hebben, mensen die echt ziek zijn, mensen die niet meer beter zullen worden. Zolang er mensen zijn die er het slechter hebben dan ik, vind ik al snel dat ik niet het recht heb om te klagen. Het voelt dan als aanstellerij. 

Zoveel mensen die het slechter getroffen hebben dan ik. Al die ouderen met dementie waarmee ik werk, mensen die nare ziektes krijgen zoals ALS, mensen die jong en onverwacht dood gaan, mensen die in oorlog gebieden wonen en elke dag in angst leven. Als ik mezelf daarmee vergelijk dan ben ik rijk. Ik ben gezond (voor zover ik weet) en hoef alleen maar te leren leven met 24 uur per dag houdbare pijn. 

In fysiotherapie geloof ik al lang niet meer, en al die andere vormen van therapie ook niet. Ik probeer mezelf rust te geven als het nodig is en heb mezelf aangeleerd om meer met links te doen en minder met rechts. Pillen tegen de pijn hoef ik ook niet, als je daardoor de pijn niet meer voelt ga je zo'n arm teveel belasten omdat je niet meer weet waar de grens ligt. Ben je nog verder van huis.

Ik ben heel nuchter en wil geen zeur zijn maar toch heb ik soms dagen dat ik mezelf heel zielig vind. Als ik een slok van mijn thee neem en ik merk dat het kopje te zwaar is, als ik op mijn zij lig en ik me van de pijn niet goed om kan draaien, als ik een zware klus moet doen en weet dat ik daarna een week ernstige pijn zal hebben, als mijn vingers tintelen en het me te lang duurt, als ik iets wil tekenen en het lukt niet omdat mijn hand trilt, als ik aan mijn boek aan het schrijven ben en de pijn me dwingt om te stoppen. Dat en vele andere momenten zorgen ervoor dat ik af en toe een traan durf te laten gaan en mezelf zielig mag vinden. 

Maar na regen komt zonneschijn en  dan komt er altijd weer het moment dat ik besef dat zoveel mensen het slechter hebben dan ik. Dan roep ik mezelf tot de orde en ga ik weer verder met mijn leven. Niet klagen, maar dragen. Een pijnlijke arm hoort bij mijn leven.  

En toch........ik kan niet anders concluderen: Elke dag moeten leven met pijn is gewoon niet fijn. 


Monika Eberhart 

 





donderdag 6 april 2017

In gesprek met mijn jongere ik

Laatst had ik een hele bijzondere droom. Ik kwam een meisje tegen van een jaar of 12. Toen ik haar goed bekeek zag ik dat ik het zelf was, ik kwam mezelf tegen in een droom. Een hele gekke gewaarwording. 



Ik weet niet veel meer van de droom. Ik weet dat ik met mezelf in gesprek ben gegaan, maar ik weet niet waarover. Het was wel een heel duidelijk beeld. Ik had een blauwe broek aan en een witte poncho met gekleurde bloemetjes. Mijn haren waren tot mijn schouder, stijl, asblond en een beetje vettig. Lang en dun stond ik daar te kijken hoe mijn oudere ik naar mij aan het kijken was.

Toen ik wakker werd vroeg ik me af wat ik tegen mezelf zou willen zeggen als ik mijn jongere ik tegen zou komen. Een interessant gegeven. Wat zeg je tegen je jongere ik zonder de toekomst uit te willen stippelen? Geef ik mezelf advies? of ga ik mezelf waarschuwen voor wat er komen gaat? Ga ik verklappen hoeveel kinderen ik ga krijgen? Hoeveel liefdes mijn pad zullen passeren? hmmmm

Lieve ik,

Je bent nu 12 en spreekt nog geen Nederlands. Je kunt me wel verstaan, maar ik vraag me af of je alles begrijpt wat ik tegen je zeg. (ik ga toch maar verder in het Nederlands anders moet de lezer zijn heil zoeken in Google Translate).

Je bent nog zo jong en puur, onwetend van wat het leven je nog gaat brengen. Ik kan je zeggen dat je nog heel wat te wachten staat. Dat ik keuzes heb gemaakt waar ik niet altijd achter stond, maar die op dat moment de beste keuzes leken. Spijt heb ik niet, het heeft me mooie dingen gebracht. Dus maak die keuzes en laat de twijfel voor wat het is.

Het leven gaat je vreugde en verdriet brengen, je zult er sterker van worden maar ook harder. Hierdoor zullen mensen je op z'n tijd raar vinden, je niet begrijpen, een verkeerd beeld van je krijgen. Wees niet bang en blijf dicht bij jezelf. Het doet er niet toe wat anderen van je vinden, als ze je eenmaal raar vinden dan zullen ze dat blijven doen en voor hun eigen genoegen aan dat beeld vast blijven houden.

Durf het aan om aan iets nieuws te beginnen en doe vooral dingen die jou een goed gevoel geven. Leer van je fouten, ook al blijf je ze keer op keer maken. Uiteindelijk zul je er van leren. 

Laat je tranen gaan als je verdrietig bent en praat vooral veel met jezelf, jij zult de enige zijn die echt naar jou zal luisteren dus maak daar gebruik van. Zoek je eigen antwoorden op je vragen en los je eigen problemen op. Daarmee zul je als eenling overleven in een maatschappij die steeds gejaagder en egoïstischer zal worden. 

Luister naar jezelf, maak offers alleen voor de mensen waar je het meest van houdt. Durf af en toe egoïstisch te zijn, want als je niet voor jezelf zorgt val je om. Vergeet in dit alles niet om je hand uit te reiken naar de mensen die je nodig hebben. Sta altijd open om anderen te helpen, maar verwacht er niets voor terug. 

Ik zou nog zoveel meer tegen mijn jongere ik willen zeggen, maar ik wil ook niet een indoctrinerende preek geven. Ik weet van mezelf dat ik dan toch niet meer luister :-).

Leef je leven en maak er iets moois van. 

Liefs,

Ik





photo credit: ✿ indecisive Dream via photopin (license)

zaterdag 11 maart 2017

Afvallen in de overgang

Naarmate vrouwen ouder worden komen de kilo's er langzaam bij. De kilo's worden ook wel de overgangskilo's genoemd. Je hoeft er niets voor te doen, je krijgt ze gratis en het gaat bijna ongemerkt. Beetje bij beetje neemt het gewicht toe, tot je tien jaar verder en tien tot vijftien kilo zwaarder bent.



Ik ben mijn leven lang heel dun geweest, een soort luciferdoosje met lucifersbenen en armen. Een spekloos lichaam. Zo'n lichaam waarmee je binnen moest blijven bij windkracht 8 of harder.
Rond mijn 25ste moest ik op een omgekeerd dieet, meer eten en vaker eten om wat aan te komen want ik was te dun. Het maakte niet uit hoeveel en hoe vaak ik at, er kwam geen gram bij. Ik was dun, en ik ging er vanuit dat ik dat altijd zou blijven. 

Vele jaren later bleek dun blijven een utopie. Ook ik viel ten prooi aan het fenomeen overgang, een fase in het leven waarmee veel vrouwen worstelen.
Sinds acht jaar krijg ik er beetje bij beetje kilo's bij. Ik heb mijn best gedaan om een goede relatie met deze kilo's op te bouwen, gewicht camoufleert rimpels als je ouder wordt en dat kan een voordeel zijn. Ondanks het voordeel was ik het drie maanden geleden zat en heb ik de relatie abrupt verbroken.
Ik werd steeds ongelukkiger van de rolletjes hier en daar, van de beperking die begon te ontstaan bij het lakken van mijn teennagels. Ik kreeg moeite met mijn evenwicht bewaren, moest me opeens gaan vasthouden als ik op een been ging staan. Dus toen de weegschaal begin december 2016 een getal aantikte waar ik geen band mee wilde hebben besloot ik dat het anders moest.

Ik ben een band op gaan bouwen met het getal 1500! Dat werd voor mij de meting van de dag. Dagelijks onder de 1500 calorieën blijven en dit volhouden tot er 10 kilo af is (9,9 om precies te zijn). Daarna geef ik mezelf ruimte tot 1800 calorieën.
Het was even wennen, minder eten en anders eten. Maar na een paar weken wist ik niet beter meer. Het maakt niet uit wat je eet, als je maar onder dat magische getal blijft. Het was dus geen optie om bij de koffie in de ochtend een taartpunt te eten, want dan moest ik de rest van de dag hongeren om 's avonds weer een maaltijd te kunnen eten.
Veel groente, veel fruit, veel water en thee. Suiker uit de koffie verbannen en zoveel mogelijk producten zonder suiker eten. Daarnaast proberen om de producten binnen te krijgen die in de schijf van vijf staan. Inmiddels eet ik geen vlees meer, dus dat deel vervangen door vleesvervangers.

Ik ben nu ruim drie maanden verder en zeven kilo lichter! Ik voel me er prima bij, nog iets meer dan twee kilo en dan is het lijnen afgelopen en ga ik me hechten aan 1800. Kleding die ik al lang niet meer aan kon past weer, ik kan probleemloos bukken, mijn sokken aantrekken, mijn teennagels lakken, op een been staan en ben minder kortademig na inspanning.

Ik heb veel kritische blikken gekregen en onbegrip van mensen omdat zij vonden dat ik er prima uitzag. Maar, mag je dan alleen afvallen als anderen vinden dat je te dik bent? Wat is er mis met je BMI iets omlaag willen brengen omdat je een ongemakkelijk gevoel hebt bij je gewicht en al je kleding beetje bij beetje gaat knellen. Het is trouwens goedkoper om af te vallen dan om je kleding garderobe te vernieuwen.
En ik kies niet voor afvallen om een ander een plezier te doen, maar vooral omdat ik zelf vind dat het beter is voor mijn gezondheid. De piek van de overgang moet nog komen, stemmingswisselingen en opvliegers ga ik liever zonder vetrolletjes en beperkingen te lijf.

Natuurlijk besef ik heel goed dat ik in vergelijking met veel anderen "dun" ben, maar gaat het om die anderen? of gaat het om mij?

Moraal van dit verhaal: volg je eigen koers, het is je eigen leven en je hebt zelf de regie.






photo credit: GdeB fotografeert weight watcher via photopin (license)

woensdag 8 maart 2017

Luister altijd naar je gevoel (en naar je gezonde verstand)

Mijn werkdag zit erop. Ik rijd naar huis over de A16, zoals elke dag. Vandaag loopt het iets anders. 


Ik rijd met een snelheid van ongeveer 110 km per uur. Een eindje voor mij zie ik een zwarte auto om de haverklap wisselen van rijbaan. Hij rijdt niet veel harder dan ik, maar hij doet wel vaag. Van links naar het midden, dan weer naar links, dan naar rechts en het lijkt erop dat hij zich het prettigst voelt met de stippeltjes tussen zijn banden. 

Ik houd de auto een tijd in de gaten en besluit wat meer afstand te nemen, er komen steeds meer auto's tussen de zwarte auto en mijn blauwe minautootje. Iets in mijn waarschuwt me dat het wel eens mis zou kunnen gaan.  Ik kan nog steeds zien wat de zwarte auto doet, hij doet niets anders dan van baan wisselen zonder aanwijsbare reden. Haalt in zonder dat er iets in te halen valt en blijft steeds maar rijden op de stippellijn. Alsof hij niet wil dat iemand hem inhaalt. Zou hij dronken zijn? Ik heb geen idee hoe dronken gedrag in de auto eruit ziet. 

Voor de zekerheid rijd ik iets langzamer, ik ga 85 a 90 rijden op de rechterbaan omdat ik er bijna zeker van ben dat het verderop weleens iets mis zou kunnen gaan. Het stemmentje in mijn hoofd is me aan het waarschuwen en ik kies ervoor om naar mezelf te luisteren. Dan maar in een oma tempo naar huis. 
Op een gegeven moment kan ik de auto niet meer zien, maar nog geen twee minuten later staat alles op de rem en zie ik op de linkerbaan rook verschijnen. Een ongeluk! De zwarte auto is tegen de vangrail aan gereden en is de helft kleiner geworden. Er staan wat auto's met schade eromheen (ik kan niet zien hoeveel), auto's op de vluchtstrook met mensen erin die het ongeluk bestuderen. Er lopen wat mensen om de zwarte auto heen en een man doet zijn best om de bestuurdersdeur open te krijgen. Ik kan niet zien of dit lukt, ik zie vooral een heleboel airbags door donkere ramen van de zwarte auto. Ik zie ook een vrouw die tussen de vangrail staat en haar mobiel op de zwarte auto richt, geen idee of ze aan het filmen is of een foto aan het maken is. Onethisch vind ik dit. 

Ik rij door, maar merk even later dat ik knikkende knieën heb en trillende benen. Mijn hartslag gaat even omhoog. Ik ga er vanuit dat het van opluchting is. Het lijkt erop dat ik mezelf gered heb, of in ieder geval mijn auto van evt. schade gered heb. En dat op de internationale vrouwendag! Het was even een wijze stem die in mijn hoofd klonk. 

Later las ik op internet dat er gelukkig geen gewonden waren, alleen blikschade dus. Wel lange files, uiteraard. 



Foto:  @broabander via Twitter

maandag 6 maart 2017

Ik heb emigratie schizofrenie

Iedereen die ooit geëmigreerd is zal het kunnen beamen, na een emigratie

 ben je nooit meer dezelfde. Je bent opeens met z'n tweeën (of drieën of vieren, afhankelijk van hoe vaak je verkast bent). Je verandert in de persoon die je bent in je geboorteland en de persoon die je bent in het gastland. 

Als bijna vierjarige ben ik met mijn ouders van Europa naar Zuid-Amerika geëmigreerd. We gingen in een dorpje in Peru op 3800 meter hoogte wonen.

Ik weet natuurlijk bijna niets meer van de begintijd, maar ik weet wel dat verhuizen naar een ander land mij gevormd heeft tot iemand die ik niet was geworden als ik alleen in Nederland was opgegroeid.

Ik ben meertalig opgevoed en bij elke taal hoort een soort van andere persoonlijkheid. Natuurlijk ben ik in de kern gewoon ik, maar bij elke taal die ik spreek hoort een stukje van mezelf dat niet past in een andere taal. Het is alsof ik mezelf aanpas aan het land waar de taal bij hoort.

Twee jaar geleden was ik na een afwezigheid van zo'n 13 jaar weer eens in Peru. Ik verbleef daar een paar weken. De eerste uren was het weer even wennen, de geur, de taal, de mensen, de muziek, het weer, allemaal zo anders dan in Nederland. Toch voelde ik me na een paar uur weer helemaal vertrouwd, alsof ik weer thuis kwam. Ik was van het ene thuis naar het andere thuis gegaan, alleen had ik mijn Nederlandse ik in Nederland achter gelaten. Binnen de kortste keren sprak ik weer probleemloos Spaans en voelde ik me prettig en vertrouwd in het land waar ik als klein meisje zoveel jaren had gewoond.

Lima Peru

Het gekke is dat ik mijn Nederlandse ik niet kan zijn in Peru, en mijn Peruaanse ik niet kan zijn in Nederland. Je moet je aanpassen aan de mensen van de andere cultuur anders is het onmogelijk om in contact te blijven met elkaar. Dus als ik in Peru ben dan laat ik mijn Nederlandse ik hier achter. En hier is weinig van mijn Peruaanse ik te merken (behalve als ik muziek draai, dat is bijna altijd Spaanstalig).


Ik besta dus uit twee personen in een lijf en ik ervaar dat als een rijkdom. Door op te groeien in een andere cultuur heb ik geleerd dat iedereen in de basis gelijk is. Dat je alleen in een ander land kunt leven als je je aanpast aan de cultuur en de gewoontes van dat andere land en diens mensen. Je bent er te gast en je moet een van hen worden en niet andersom. Stel je voor dat ik hier zou verwachten dat iedereen zich aan zou passen aan mijn Peruaanse ik, daar maak ik geen vrienden mee denk ik. Stel dat ik zou willen dat iedereen Spaans met me praat, dat iedereen mijn Peruaanse muziek luistert, dat iedereen granadilla, choclo, palta, cebiche en aji de gallina zou moeten gaan eten. Dat iedereen het Peruaanse volkslied zou moeten kennen en dat er bij voetbalwedstrijden de Peruaanse vlag uit de ramen zou moeten hangen. Stel je voor.......dat zou toch wel gek zijn.

Door mezelf aan te passen aan het land waar ik op dat moment ben word ik een van hen (nooit 100% natuurlijk) en word ik voor mijn gevoel sneller geaccepteerd als gelijkwaardig medemens. Door me aan te passen aan de mensen in Nederland en aan de gewoontes in dit land zien mensen mij als Nederlander. Toch voel ik me niet 100% Nederlander, maar als het goed is merken anderen daar niet veel van. Of toch wel?....

Amsterdam Nederland 


Er zijn gewoontes in Nederland die ik mezelf nooit eigen zal maken. Verjaardagen bijvoorbeeld. Waarom moet alle visite altijd gefeliciteerd worden met de jarige? In mijn ogen is de jarige dan niet speciaal meer want iedereen wordt gefeliciteerd. Je komt een ruimte binnen en dan zitten daar alle mensen in een rondje bij elkaar en je moet iedereen een hand geven en zeggen:" Hallo. Gefeliciteerd". Ik zal daar nooit aan wennen en vind het net zo ongemakkelijk als in het begin toen ik hier pas woonde. Als ik er even onderuit kan komen dan doe ik dat. Ik roep dan maar:" Iedereen gefeliciteerd!" en alleen de jarige krijgt van mij een hand of kus en een cadeautje.

In Peru zal ik nooit wennen aan de massale gewoonte om nooit op tijd op een afspraak te verschijnen. Als je om zeven uur met iemand afspreekt dan is het heel normaal dat de afspraak pas om acht uur begint. Ik zal dan toch om zeven uur klaar staan, om vervolgens een uur de tijd te moeten doden met heen en weer lopen, ijsberen en mezelf te ergeren.

Door te emigreren heb ik emigratie schizofrenie gekregen  (zelfgekozen woord), maar dan wel op een positieve manier. Ik zie alleen maar voordelen. Het heeft me geleerd om flexibel te zijn en zonder moeite met allerlei culturen om mij heen te kunnen leven zonder daar steeds bij na te hoeven denken.

Ik ben mijn ouders dankbaar voor de emigratie van 48 jaar geleden!

Monika Eberhart